|
Dagje snoeken met een “groene”
Wij hadden afgesproken dat komende zaterdag werd gevist. Weer of geen weer! Het zou een dagje snoeken worden. Het voorstel om naar Oud Ade te gaan werd aangenomen met vreugde. Daar ze wisten dat ik daar al menig snoek aan de wal had gekregen. Op zich was het al een mooi polder landschap met zelfs een mooie molen als achtergrond plaatje. Voor de eventuele grote snoeken die met hun vanger op de foto zou moeten voordat de snoek weer in zijn of haar element werd terug geplaatst.
Het water daar was voor mij dus niet onbekend. Wij hadden afgesproken er een onvergetelijke dag van te gaan maken. En dat zou het ook worden. Mijn vader en mijn vriend Bert hadden nog nooit “gesnoekt” genoeg gevist dat wel maar nog niet achter deze rover aan gezeten. De rover wel achter Bert. Maar dat is een verhaal apart. Al met al zou het een leerzame dag worden. Nu maar hopen dat het een beetje redelijk zou worden. En de snoeken ons gunstig gezind zouden zijn. Want om gelijk al de eerste keer alle troeven te moeten uitspelen leek mij niet zo’n goed idee. Ik moet toch een beetje mijn reputatie omhoog houden. Aan de andere kant staat het wel lullig om op mijn superstek niets te vangen die dag.
Gelukkig was het droogweer. Het waaide wel flink. De temperatuur was aan de frisse kant. Prachtig dus hierom zouden wij in beweging moeten blijven. Ook een belangrijke factor, toch? Al vroeg werden de spullen ingepakt en in geladen. De dagen ervoor hadden wij al was aas vis gevangen. Als je ons kon afluisteren dan hoorde je dat we al waren begonnen te “snoeken” voordat wij zelfs al op de stek waren aangekomen. Het vuur in ons was ontstoken. Langzaam reden wij langs diverse slootjes en polderwatertjes. Onze ogen waren opzoek naar die ene rimpel die ons zou vertellen dat de rover op strooptocht zou zijn. En Bert vloog overeind. “Daar zit er een”. Mijn vader en ik wreven de ramen schoon, deze waren beslagen, en keken ook naar de aangewezen plek. Nou wij zagen niets. Toen zag ik een rimpel en een slag in het water. Ze keken me aan omdat ze dachten, ‘die neemt ons in de maling’, maar dat deed ik echt niet. “Volgens ons” zeiden zij “neem je beter je grootje in de ….” .
Eenmaal bij de molen aangekomen moest de auto een plekje krijgen. Nu nog denken wij er hetzelfde over als we een visser zien die zijn auto zowat in zijn viskist heeft zitten. Stel je voor dat je twee meter moet lopen. Als er een noodzaak zou zijn kan het natuurlijk niet anders. Ik kan mij alleen niet voorstellen dat er zoveel noodbehoevende sportvissers zijn. Een plek was snel gevonden en met de spullen over onze schouders gingen wij op weg naar de polder die voor sommige een levens verandering zou gaan bewerkstelligen. De hengels werden uitgepakt en op getuigd. “Cor, wat is het beste hier?” “En hoe diep moeten wij hier gaan?” Het eerste wat er gebeuren moest was het bij vangen van enkele aasvisjes. We hadden te weinig om een tijd te overbruggen.
Maar het beroemde deegje van genoemd persoon, ik dus, deed wonderen en was het snel gepiept. Als je de aasvisjes netjes en voorzichtig behandelde dan kon je er een hele tijd mee voort. Nu was het noodzaak dat ze begrepen dat ook bij het ‘snoeken’ het belangrijk is dat je eerst peilt. Je moet weten hoe diep het gemiddeld is zodat je jouw lokaas niet te hoog aanbiedt. Nu konden de drijvers geplaatst worden. Mijn favoriet is een dopper welke in de lengte hol is waardoor de lijn loopt. Beetje het idee van een schuifdopper. Nu was het zaak het stuitje op de goede hoogte te hebben. En inwerpen maar. Of moet ik zeggen, te water gelaten?
Vader had grote haast want die ging letterlijk snel lopende langs de waterkant met de aasvis als een waterskiër achter hem aanslepend. Het zou een turbo snoek moeten zijn om dit aas te pakken te krijgen. Hij wilde hoe dan ook de eerste zijn die en snoek zou vangen. Hij had ooit eens gelezen dat slepen de vangkans enorm vergroten zou. Maar slepen is niet de vis laten waterskiën. Beetje erg letterlijk opgevat dus. Toch blijft het betrekkelijk want zoeken is goed toch weet ik omstandigheden waar het verstandiger is om een tijd de aasvis op een en hetzelfde plekje te laten spartelen. Je hebt namelijk met ‘jagers’ en ‘liggers’ te maken. Mijn ervaring is dat de ‘liggers’ vaak de vrouwtjes zijn. De ‘jagers’ vaak de mannetjes. De ‘liggers’ de vrouwtjes dus zijn groter en zwaarder. Dus waar kies je voor. Natuurlijk moet je wel enig zicht hebben op het water waar je deze methodes kan toe passen. Ben je totaal onbekend op een water dan kan ik me voorstellen dat je gaat zoeken en dat doormiddel van slepen. Maar dan wel met alle rust. En je gaat pas verder als je de plek waar je opdat moment bent goed hebt verkend zowel op als onder het water en dat laatste natuurlijk door je aasvis over deze plek meerdere malen uit te gooien.
Wim Sonneveld zei het goed: “Een eigenzinnig typ”. Dit sloeg precies op vader. Bert had het een stuk beter begrepen. Want het is niet alleen maar een aasvis te water laten. Nee Bert had het heel goed door je moet ook met je oren en ogen vissen. Je ogen moeten over het water blijven gaan. Zie je een rimpel? Wat zegt deze rimpel? Er zijn veel rimpels op het water maar als het een snoek is welke deze rimpel veroorzaakt zie je dit gelijk. Kijk ben je ervaren herken je dit sneller. Maar ook een ervaren snoekvisser heeft het moeten leren. Je oren gebruik je om naar die ene plons te luisteren. Waarvan je weet er is een snoek aan het jagen. Talloze kleine visjes springen uit het water om aan een jagende snoek te ontsnappen. Natuurlijk kan ook een baars de oorzaak zijn. Maar vindt jij het echt erg om een baars van 43 cm aan te haak te krijgen? Nou ik zeker niet.
Ik voelde dat ik gespannen was. Ik had immers gezegd dat er snoeken waren in dit water. Ook al weet iedere visser dat dit geen garantie is om dan ook daadwerkelijk een vis te vangen. Veel factoren spelen hierbij een rol. En als er niets werd gevangen zou ik dat wel eens lang moeten aanhoren. Ik spreek uit ervaring. Op vakantie had ik ook eens beloofd forellen te vangen voor het avondeten. Je raadt het al. Maar dit is nog een heel verhaal apart. De komende uurtjes zouden het moeten bewijzen. Op een gegeven moment liet een snoek zien dat hij aanwezig was. Ik zag nog net dat zijn staartvin verdween. Tja als je zo duidelijk laat zien dat je wel trek hebt nou dan moet je dat maar eens bewijzen. Ik gooide het aasvisje enkele decimeters voor de snoek uit. Er vanuit gaande dat de snoek dan ook die kant op zwom. Even later verdween mijn eerste kleine drijvertje onder water. Kon ook door het aasvisje zijn. Nu bleef ik aandachtig kijken naar mijn speciale dobber. Ook deze ging aan de loop. Na enkele meters stopte dit alles precies zoals ik al zo vaak had meegemaakt.
Nu moest ik heel geconcentreerd zijn. Een snoekbaars was het zeker niet want deze blijft zwemmen. Een snoek gaat stilstaan om de vis zo te keren dat deze met de kop eerst het grote keel gat in gaat. Het keren was belangrijk. Meestal kon je hieraan zien wanneer je moest aanslaan. Natuurlijk waren de eerste snoeken, die ik probeerde aan te slaan, mis. Ik had een hoop te leren. Nu echter maak ik een kans om raak te slaan 7 van de 10 keer dat het ook daadwerkelijk raak is. Het blijft vissen natuurlijk. En je hebt missers nodig om te leren. Nu sla ik aan en, ja, raak de hengel kromt zich de snoek zet het op een lopen, of moet ik zwemmen zeggen, de vis gaat een richting op welke ik niet zo prettig vind. Langs de brug, waar ik vlak bij sta, bevinden zich veel struiken met van die gemene lange stekels. Met alle moeite mijn hengel voor mij uithoudende beklom ik de brug vanaf de zijkant. Ik werd verplicht door de vechtende snoek deze weg te gaan. Anders was met zekerheid mijn vislijn in deze struiken terechtgekomen. Met alle gevolgen van dien. Plus dat de snoek dan met een haak door moest zwemmen. Ook om deze reden gebruik ik gesmede haken en knijp ik de weerhaak goed plat. Dat de haak gesmede is zorgt ervoor dat deze nogal snel roest. En enkele dagen al opgelost is.
Mede door het zuur welke de snoeken hebben om vissen snel op te lossen. Zo sterk dat hoe dik ook de graten zijn, van de vis die ze hebben opgegeten, oplossen binnen enkele uren. Bert had in de gaten in welke situatie ik mij bevond. En zonder aan zichzelf te denken. Kwam hij mij te hulp. Hij klom aan de andere brugzijde naar beneden, ook veel stekels, en deed zijn landingsnet in het water zodat ik de snoek erheen kon leiden. En weldra lag de snoek te spartelen in het net. Als ik er over na denk heeft hij enkele linke toeren uit gehaald. Mijn complimenten want Bert is normaal niet zo’n waaghals. Als ik moet vertellen wat Bert allemaal zei, daar beneden, en ik mocht de scheldwoorden weg laten, dan had hij helemaal niets gezegd. De snoek lag weldra in het gras de haak werd verwijderd een foto gemaakt.
Wij zijn het er beidde over eens dat het beste leefnet, (sterfnet) nog altijd de foto is die er word genomen. De snoek was 80 lang en een behoorlijke buik. Mijn ouwe heer die was komen aanlopen bekeek dit alles eens. Aan zijn gezicht kon je zien dat hij hier niet blij meewas, had hij daarom zoveel meters overbrugd? En snel was hij weer op weg. Wij lieten de snoek snel weer in haar element terug glijden. Als dank sloeg zij nog even met haar staart zodat wij aardig wat spetters in onze gezichten kregen. Bert was onder de indruk. Net zoals ik dat was toen ik voor het eerst een snoek in mijn handen had. Ook deze was toen niet door mij gevangen. Bert ging terug naar zijn hengel en bood zijn aasvis aan op een plek welke er goed uitzag. Ik had ondertussen echt ruzie gekregen met de struiken. Ik poogde mijn visje naar de overkant te krijgen en moest het daarom vlak langs de struiken werpen. En als ik daar alleen aan het vissen was ging dit zonder problemen. Maar nu we met een aantal zijn juist je snapt het al precies op die ene uitgroeiende struik. Er was één voordeel ik kon de scheldwoorden van Bert gebruiken van eerder op de dag.
“BEET” “BEET” werd er geroepen. Bert had beet. Ja hoor de eerste drijver was verdwenen. De tweede drijver wees aan waarheen de snoek zwom. Ik kan nu opschrijven dat dit een snoek was want op het moment zelf kon het ook iets anders zijn. Want ik vertelde al dat er baarzen rond zwemmen tussen de veertig en vijftig cm. Er zijn foto’s van in mijn archief. Bert vroeg wat het geschikte moment zou zijn om aan te slaan. Snel was dit uitgelegd. Alles lag nu stil. Plots dook ook de tweede drijver onder en Bert sloeg aan. Viel bijna achterover want wat was het geval hij had vergeten zijn beugel dicht te doen. Kunnen jullie dat gevoel? De meeste wel denk ik want met wie ik ook praat allemaal hebben ze wel eens zoiets meegemaakt. De beugel werd heel snel dicht gedaan op nieuw aangeslagen en hangen. De vis ging behoorlijk te keer. Zwom verschillende keren heen en weer. Trok echter niet door de slip van Bert heen. Bert zei later dat hij het in zijn knieën voelde en ik weet precies wat hij hier mee bedoelde. Maar dat is ook een ander verhaal. Na verloop van tijd was ook mijn ouwe heer aan komen lopen. En weer die uitdrukking op zijn gezicht zo van “hij ook al”.
Natuurlijk stond ik net zo klaar met mijn landings net als dat Bert dat voor mij had gestaan eerder op de dag. Toen we de snoek zagen keken wij elkaar verbaasd aan was deze snoek zo te keer gegaan? Ja het kon niet anders want dit was de enige snoek welke aan de lijn vastzat. De snoek was nog net geen 30 cm groot. Het gevecht klopte niet in verhouding met deze vis. Het enigste wat er aan de hand kan zijn geweest is dat deze snoek na het aantikken de prooi is geweest van een veel grotere snoek. En dit laatste verbaasde mij helemaal niets. Mijn buurman ving een snoek en in de keel van deze snoek zat een snoek van zeker 50 cm. Kannibalisme is onder snoeken heel gewoon. Maar goed Bert had zijn eerste snoek gevangen en was daar behoorlijk trots op en terecht natuurlijk.
Wie het kleine niet eert is het grote niet weert. Een foto was snel gemaakt en de snoek zwom even later weer in zijn of haar element. Die dag hebben we verder nog enkele snoeken gevangen. Nee mijn ouwe heer niets. We hebben gezegd tegen hem, blijf eens iets langer op een plekje staan, maar dat mocht niet baten. We hebben veel plezier gehad en zeker later nog een keer toen de foto’s klaar waren. |
||