“Waar is er nog rust”

 

Heel ver weg  hoor je de eerste Haan kraaien. Al snel gevolgd door meerdere hanen. Waarschijnlijk gewekt door de eerste haan die kraaide want het was wel heel hard en vooral vroeg.  Er ligt een prachtige grijzen deken, mist, over het land. Ondanks dat deze zo grijs is toch mooi en functioneel. Want alles waarover deze grijze deken ligt word bevochtigd. Dit vocht heeft elk plantje, zaadje nodig. Net zoals dat wij vocht nodig hebben om te overleven.

Stekjes, zaadjes hebben dat vocht nodig om hun eigen soort voort te brengen. Maar ook om deze in stand te houden.

Over veel polderwaters ligt ook zulk een grijze nevel. Maar met flarden je kan dit heel duidelijk waarnemen. Sommige open stukken namelijk gunnen je een blik op het water.  Je ziet, en hoort,  dat de eenden actief zijn geworden.

 

Onder de water spiegel is er een roofvis, snoek of baars, aan het jagen dit kun je zien doordat er kleine visjes boven het water uit springen. Ze hopen daarmee de roofvis te kunnen misleiden.

Op de achtergrond klinken verschillende vogelsoorten een ieder laat luid en duidelijk hun eigen melodie horen. Het lijkt niet alleen zo, maar het is ook zo, dat ze elkaar toeroepen. “Goedemorgen allemaal” “er staat ons weer een nieuwe dag te wachten”.  

Machtig mooi dat geluid.  Natuurlijk zijn er vogels die niet elkaar alleen maar goedemorgen wensen maar wel heel duidelijk laten weten “tot hier mag je komen en verder niet”.  Waarmee ze heel duidelijk kenbaar maken dat ze huis en haard zullen verdedigen.   Ook hoor je over het water een geluid van rammelende melkbussen. De boer van verderop is ook opgestaan met de haan.

 

De bussen moeten in de schuit geladen worden zodat hij op tijd zal komen bij de leverancier.   Het is ook zijn plicht om voor huis en haard te zorgen.  Zo langzaam aan komt er steeds meer leven in en op het water.  De gaten in de nevel worden groter.  Het is ook een fantastisch om enkele hoofden boven deze nevel uit te zien steken van beesten maar ook van twee vissers die met hun bootje midden in een dichte nevel liggen. 

Een tijd geleden heb ik dit ook meegemaakt en geloof me je wordt echt nat door die nevel.  Ik houd mijn adem bijna in hier zo vlak voor mijn benen, in het water, zwemt een moeder eend met zeker negen jongen. Moeder snatert luid om dat zij haar jongen bij elkaar wil houden.  Maar je weet het, ook kleine kinderen zijn overmoedig, dus waarom zouden deze jonge eendjes het niet zijn.  Moeder geeft ze nogmaals een flinke correctie. Zij weet dat er van heel veel kanten gevaar loert. Sommige mensen pikken de kleine eendjes uit het water om aan hun slangen te eten te geven En er zijn genoeg dieren die zo’n eendje best lekker vinden.  Roofvogels, ratten, snoeken en katten zijn dol op dit spul. .

 

Het is heel hard maar je weet al bij voorbaat dat er misschien twee a’ drie van de eendjes het zullen redden. Zo is de natuur nu eenmaal.

Moeders van onze kleintjes kunnen ook soms heel luidruchtig zijn.

Zie het maar als houden van. Een kind dat niet word gecorrigeerd zal veel littekens op lopen en niet alleen lichamelijk.  Toch gaat voor een groot deel mijn respect naar moeder eend deze heeft zo’n negen jongen onder haar hoede.  De natuur hoe mooi ook is nu eenmaal niet te beïnvloeden.  Op sommige plekken lukt het, toch zien wij vaker het tegenover gestelde uitkomen. Duizenden diersoorten zijn uit geroeid door ons mensen wij moeten ons zo nodig met de diersoorten bemoeien.  En dat omdat de mens dieren een vermenselijking meegeven.

Water hoentjes duiken naar de bodem van de sloot. Als kurken schieten zij uit het water met in hun bek een zoetwater mossel. Voor deze dieren een lekkernij van de bovenste plank. Zij hebben door hun krachtige en functionele  snavel totaal geen moeite om ze open te krijgen. En weldra ligt er aan de waterkant een stapeltje lege mosselschalen.

 

Hoe is het mogelijk dat er mensen zijn die de natuur hard en wreed vinden. Ja het lijkt soms wel eten en gegeten worden. Maar zijn wij mensen ook niet zo? Wij zijn van oorsprong toch ook uit die natuur afkomstig? Vergeten wij niet, dat wij om onze honger te stillen, zeer veel dieren slachten? Dat wij mensen alleen maar dieren kweken, niet uit liefde, maar om ze te vetmesten om ze daarna de hals af te snijden? Wij zijn het die biefstukjes willen eten.  Paarden, koeien, varkens maar ook kalveren en lammetjes slachten wij om hun witte vlees. De vissen die op zee worden gevangen worden niet eerst gedood nee deze liggen aan boord te krimperen  en sterven een langzame dood welke soms vijftien minuten op zich laat wachten. Krabben, kreeften en garnalen worden levend in het kokende water gegooid.

 

Helaas kan je over dit soort zaken maar heel weinig hardop spreken. De mens gaat heel snel in de verdediging. “Ja maar ik eet geen vlees of vis. Ook gebruik ik geen producten welke van dieren afkomstig zijn.”    Ik kan en zal niemand veroordelen ik vindt mijn kippen boutje op zijn  tijd ook heerlijk.  Maar je moet niet hypocriet worden. Het is beter om realistisch te zijn en de zaken zo ook te bekijken. Leven en laten leven.  Want hoe prijzenswaardig je ook bent je blijft een vervuiler van de natuur mede door de enorme bergen afval die wij veroorzaken met al onze luxe.   Ondertussen laat de zon haar bovenste helft zien. De stralen breken prachtig door de nevel slieten heen. Deze sluier bedekt nu nog het allermooiste maar met wat geduld en liefde zal ze weldra haar mooiste zijde laten zijn.  Schaterlachende kinderen hebben de straat weer tot zich geëigend.

 

Ze rennen de voordeuren uit. Ze barsten van de energie. Buiten doen zij zich te goed aan vitaminen en buitenlucht. En wie durft ze dit kwalijk te nemen? Nee niemand zal dit doen. Ook zij niet die hun eigen jonge jaren zijn vergeten of hebben moeten overslaan. Het is fijn dat ze nu nog zo onbezorgd kunnen zijn. Zij hebben lieve ouders die voor hen zorgen. En zo hoort het ook.  Opeens worden mijn overpeinzingen wreed verstoord door een auto bestuurder die het zo nodig vindt meerdere malen te claxonneren.   “Stomme vent” borrelt er in mij naar boven. 

Hij geeft zijn “vrouw” net nog een zoen en twee meter verder vindt hij het nodig om op een luide manier afscheid te nemen.  Is hij soms bang dat ze hem zal vergeten?  Als hij daarvoor bang is heeft hij toch iets niet goed gedaan.  Of wil hij de hele buurt laten weten dat hij zijn vrouw de gehele dag alleen laat? Hoe ver moeten wij gaan om dit alles, dit soort lawaai, te ontlopen?

 Al is het maar voor enkele uren per week. Is het eigenlijk nog wel mogelijk?

Aan de overzijde zit ook een visser deze wijst zelfs naar zijn voorhoofd. Van zijn voorhoofd naar de nog steeds luid toeterende auto. Zou hij er net zo overdenken als ikzelf?  Of ben ik niet goed?

Zou alleen ik ermee bezig zijn?  Geloof dit niet van mijzelf, er moeten er meer zijn.

Volgende keer zal ik niet meer hier gaan zitten om van de rust te kunnen genieten ik fiets dan wel een paar kilometer verder.  Ik blijf optimistisch. 

 

Nu moet ik even opletten mijn dobber verdwijnt onderwater.