“Regen of Tranen”
Zijn handen diep in de zakken van zijn regenjas. Als wilde ze zich verschuilen voor de harde regen. De kraag staat rechtop. Lichtelijk voorovergebogen, de harde wind trotserend, loopt hij naar het station in Almelo. Er was afgesproken dat hij daar zou zijn als de trein uit Utrecht binnen kwam. Zijn nicht wist immers de weg niet in dit stadje. En daar hij niet ver van het station vandaan woonde, en wel vaker een wandeling maakte, was het dus logisch dat hij haar zou afhalen. Van ver uit ziet hij de slagregen in het schijnsel van de lantaarnpalen. Weemoedig schijnen zij op de straten. Het licht speelde een spel met de regen dit was duidelijk waar te nemen in de grote plassen op de straten. In zo’n zelfde weemoedige stemming was hij zelf ook. O Nee niet omdat hij zijn nicht moest afhalen dat zeker niet. En meestal vond hij het heerlijk om een stevige wandeling te maken regen of geen regen. Het zit hem veeleer in het feit dat hij dit nu alleen moet doen. Hij was gewend aan het feit dat hij geen stap deed of zijn lieve hond was bij hem. Zijn trouwe viervoeter noemde hij de hond. Het is een prachtige lang harige herder welke niet helemaal raszuiver is. Als het al belangrijk was geweest. Menig avontuur hebben zij beidde achter de rug. Ze hadden lief en leed gedeeld. Menig kilometer was verkend en afgelopen als was het de gewoonste zaak. Zijn vrouw zij altijd “Daar heb je de tweeling weer” nooit had zij dit cynisch gezegd. Zij doelde dan op het feit dat die twee onafscheidelijk waren. Zij had er geen enkele moeite mee. Zij vond het ook en schat van een hond, toch had zij een andere band met de herder. En er was tussen de man en de hond een band waarvan maar weinig snapte hoe deze in elkaar stak. Begrijpen deden ze het echt niet al vonden ze het stuk voor stuk wel wonderbaarlijk. Soms leek het ook dat zij met hun ogen spraken. Het was al eens gebeurd, dat hij de hond aankeek met zijn hoofd iets bewoog, dat de hond was op gestaan de gang in liep om even later met de krant voorzichtig in zijn bek weer terug kwam en de krant aan zijn baasje gaf. En vlak bij zijn baas aangekomen uitvoerig ging staan kwispelen. Dan mompelde hij wat tegen de hond haalde zijn hand over de mooie kop heen waarna de hond heel rustig naast hem plaats nam. Het leek dan wel of de hond knorde. Als je op dat moment naar beidde keek leek het wel of ze beide dezelfde glimlach op de snuit hadden. Was dit een truc van deze twee? Alleen zij samen wisten het geheim. Later kreeg de man een dochter geschonken door zijn vrouw. En met de eerste ontmoeting liet hij de hond uitvoerig snuffelen aan zijn dochter. Hij fluisterde dan in het oor van de hond:” Wij zullen haar moeten beschermen. Begrijp je me?” En verrek de hond verstond hem. Toen de eerste vuile luier een feit was liet hij ook de hond weer ruiken. En weer zij hij dan: ”Zij zal moeten worden beschermt “. De hond draaide dan zijn kop als wilde hij zeggen “je hoeft het echt geen twee keer te zeggen” Dan blafte hij enkel keren. De man vond het goed dat de hond dan even een lik gaf over de voetjes van zijn dochter. Dit gebeurde dan zo voorzichtig als was het haar eigen jong. De hond had zelfs al begrepen waar de baby te slapen gelegd zou worden. Moeder de vrouw had dit meerdere malen verteld aan de hond. De hond was dan ook regelmatig te vinden naast de wieg. Als de baby in haar wiegje lag stond hij regelmatig op ging even kijken of alles goed was en kwam terug knorde wat en nam weer plaats naast de baas. Waarop deze zijn hand omlaag deed en de hond wat krabbelde over de kop. Honden kunnen niet spinnen zoals katten dit kunnen maar het geluid van de herder leek er verdacht veel op. Merkwaardiger was het dat als de baby huilde dat de hond wist dat het van verdriet was of dat de baby een pijntje had. Want alleen die keren ging ze naar de wieg toe en stak de kop over de rand snuffelde wat bromde iets tegen de baby wat soms het resultaat had dat het kindje ging lachen. Ja echt lachen. Kraaide menig keer als de hond zo gek deed. De eerste lach was echt niet voor de ouders van het kind. De hond ging dan ook kwispelen als vader of moeder naar het kind kwamen kijken. Trots als ze was keek de hond je dan aan en scheen te zeggen “Dat heb ik toch maar weer even voor elkaar gekregen”. Ook voor de hond waren wij een Fam. Als er gewinkeld moest worden gebeurde dit geen enkele keer zonder dat de herder er bij was. Als moeders dan de hond meenam liep deze vlak naast de kinderwagen. Als wilde zij haar beschermen. De riem werd dan wel omgedaan maar dit gebeurde niet voor de hond zelf maar meer voor sommige die bang waren voor honden. De baas zij dan altijd: “Wees maar niet ongerust van sommige licht het probleem bij hun opvoeding kunnen zij zelf dus niets aan doen” En daar was dan de kous mee afgedaan. Nog nooit had de hond zelfs maar de riem strak getrokken. Ze was veel te bang dat er iemand aan het kindje van zijn baas zou komen. Haar houding gaf dit ook wel enigszins aan. “Pas op want ik moet dit wezentje beschermen”. De vrouw kon de kinderwagen dan ook rustig neer zetten. De hond was een prima waker. De hond ging dan naast de wagen liggen. Met zijn kop op zijn voorpoten. O ja iedereen mocht in de kinderwagen kijken. Maar als ze dan de baby wilde oppakken gromde hij diep. Waardoor de meeste de handen uit de wieg haalde. Pas als het baasje of de bazin hadden gezegd dat het goed volk was ging hij weer liggen maar deed geen oog dicht. De mooiste tijd kwam nog en dat was toen de baby ging kruipen en zelfs pogingen deed om tegen de rand van de tafel omhoog te klimmen. Wat hebben zij samen veel gelachen om de dol dwaze kapriolen van baby en hond. Het waren samen twee echte donderstenen soms hadden de ouders tranen in de ogen van het lachen maar ook van deze innige taferelen. De kleine zei eerder “Woef, Woef” dan mama of papa. En beidde ouders vonden dit heerlijk. Als dan de kleine op de rug van de herder wilde kruipen werd ze ook nog geholpen door dat de hond tegen de beentjes van het kind drukte. En als de hond met de familie mee ging trok deze niet een keer de kleine van de sokken. Nee dat had de baas haar goed geleerd. Bij de baas mocht ze gek en dwaas doen de baas deed immers net zo hard mee. Als er andere honden in de buurt kwamen stond de herder altijd tussen kind en andere hond in. Of soms met haar flank tegen de kleine aan als wilde ze het kind goede moed geven. Maar het kind was niet bang ze wist immers nog niet dat alle honden niet hetzelfde waren als haar speel kameraad. De andere hond kon grommen of sommige zelfs alle verleiding kunsten in de strijd gooien nee zij bleef bij het kind. Het was soms aandoenlijk want er was een keer dat ze loops was een andere herder liep achter haar aan en je kon zien dat ze wel degelijk trek had in de andere hond. Ze bleef bij het kind. En als ze dan weer thuis waren kwam ze binnen vijf minuten met de halsband in haar bek en drong ze aan want ze wilde weer naar buiten. En als de hond buiten was met de baas ging ze zelf naar de honden toe die al eerder zich hadden laten zien. Nu kon ze echter laten zien dat ze om de dood niet bang was voor welke hond dan maar ook. De herder die achter haar aan zat toen ze loops was hebben ze niet meer gezien. Zo waren er vier zeer gelukkige jaren voorbij gegaan. Jankend probeert de herder op te staan. De baas hoort dit en snelt naar haar toe. De hond lijkt wel verlamd aan de achterpoten. Zijn hart slaat enkele keren over wordt angstig wit om zijn neus droge lippen en het slikken gaat hem moeilijk. Normaal is hij de rust zelf zo kent iedereen hem ook. Nee hij raakt niet in paniek. Nu echter snelt hij naar zijn vrouw toe. Hij weet niet meer hoe hij het heeft. Komt niet uit zijn woorden meer. Al het vertrouwen dat hij normaal uitstraalde is weg. Nu het om zijn hond gaat is hij van de wereld. Wijst naar de hond waarbij er tranen over zijn wangen rollen. Zijn vrouw neemt het heft in handen en zegt tegen hem dat hij nu de dierenarts moet bellen om te zeggen dat hij er aan komt. Dan snel een taxi gebeld. Deze woorden waren genoeg om hem weer op aarde terug te krijgen. Even was hij in paniek geweest nu moest er gehandeld worden. Zijn vrouw had dit goed begrepen. Na een zeer uitgebreid onderzoek bleek het een dodelijke ziekte is. En ook al zou er geopereerd worden uiteindelijk zou de hond toch komen te overlijden. En waarschijnlijk met meer pijn dan nodig. Ook al zou de hond pijnstillers te slikken krijgen lopen zou niet meer gaan. Nu kon hij de hond nog wel aan het lopen houden maar voor hoelang kon hij niet zeggen. Maar niet meer dan enkele dagen. Ze jankt en piept als haar baas even de gang opgaat. Hij heeft het te kwaad en hij beseft donders goed dat het afgelopen is. Als hij in de gang staat om wat water te drinken komt zijn vrouw naar hem toe neemt hem in de armen en zegt "Wat denk je ervan?”. Hij kijkt haar aan en knikt ja tegen haar. Ook de arts maakt duidelijk dat er maar een weg is die gegaan zal moeten worden en dat uit liefde voor het dier zelf. De man voelt alsof er iemand zijn hart eruit trekt. Het kind begon zachtjes te huilen ze ziet dat haar ouders verdriet hebben. Als dan haar voorzichtig word uitgelegd wat eraan de hand is laat zij haar tranen de vrije loop. Ze begrijpt dat haar speel kameraad niet meer naar huis zal kunnen komen. Huilend knuffelt ze de hond. Gaat daarna tegen haar moeder aanstaan. Klemt haar armpjes stevig om de benen van haar moeder. Dan zegt de man: “Dokter het moet gebeuren maar laat me nog enkele ogenblikken buiten lopen daarna wil ik er bij zijn als ze inslaapt” Uiteraard vindt de arts dit goed. Na enkele uren keert hij terug en neemt op zijn manier afscheid van de hond. Dikke ogen van verdriet laten zien hoe zwaar hij het heeft. Hij pakt de hond z’n kop op knikt naar de arts. En even later voelt hij het lichaam van de hond zwaarder worden. Thuis aangekomen gaat hij eerst even kijken bij zijn dochter. Ook deze heeft dikke ogen van verdriet. Samen gaan ze er over praten, op hun manier dan. Dit heeft tot resultaat dat hij en zijn dochter een band hebben die telepathische is. Waarvan er nu nog steeds onderwerpen van gesprek zijn die over deze band gaan. Als hij in zijn stoel zit, en dan is het toch echt al lang geleden, zie je zo nu en dan zijn hand automatische naar de kop van de hond voelen. En als hij dan niets voelt trekt hij snel zijn hand terug. Bang dat iemand hem hierop betrapt. En hij snuift dan even merkwaardig. Hij is bijna bij het station aangekomen. In de verte hoor je de trein aan komen en als deze uit de bocht komt zie je ook de drie lampen (front seinen) welke elke trein moet voeren. Hier hoort hij een baas tegen zijn hond schreeuwen. Voordat hij daar zelf erg in heeft zegt hij tegen de honden bezitter: “Zo ga je niet om met je hond ook een hond verdient liefde en respect” Als antwoord: “Ach man val dood en waar bemoei jij je eigenlijk mee het is toch mijn hond” . Snel draait hij zich om want niemand hoeft te zien dat de tranen nu over zijn wangen stromen. Deze vermengen zich met de regen die ook langs zijn gezicht loopt. Op het perron aangekomen ziet hij zijn nicht uitstappen. Snel lopen zij naar elkaar toe ze geeft hem een kus en zegt: “Die dikke ogen komen niet van de regen?” “Nee” zegt hij. En noemt de naam van zijn hond. Verder stelt zij geen enkele vraag ze weet wat er is gebeurd en wat de hond voor hem betekende. Ze geeft hem een stevige arm en zegt: “Dan gaan wij nu een stevige wandeling maken.” Dit alles is nu zo’n zeventien jaar geleden. En nu noch als hij tegen een foto van de hond aanloopt. Zoals laatst met een verhuizing twee foto’s, waarop zijn viervoeter staat afgebeeld, lagen op zijn bureau en hij zat er stil naar te staren. Als je bij hem staat vertelt hij je enkele ervaringen en avonturen welke hij heeft beleefd met zijn hond. Ook heeft hij tot nu toe geen hond meer gehad. Zijn voornemen is als hij met pensioen, of de vut gaat dat er weer een hond in huis komt.
Hoe en waarom ik dit zo precies allemaal weet? De vrouw is Cora Het kind is mijn eigen dochter, Tamara De naam van de herder, is Meta. Dat baasje was ik zelf, Cor |
||