“Nummer 14”
Als het vliegtuig eindelijk met de wielen de grond raakt. Hoor je in het vliegtuig een zucht. Deze is afkomstig van Rob. Rob heeft een lange vakantie gehad maar is ook blij dat hij nu weer naar huis kan gaan. Ook al wacht er niemand op hem toch is hij verheugd om zijn vaderland weer aan de voeten te voelen. Hij is ongeveer 30jaar heeft in zijn loopbaan bij de Politie al veel meegemaakt. Hij is iets aan de zware kant en behoorlijk kaal. Dit was voor hem geen enkele bron van ergernis in tegendeel zelfs het bleek bij de vrouwtjes wel in te slaan. Hij had allang in de gaten dat hij door dit kalende kopie erg sensueel over kwam. Getuige zijn grote aantal veroveringen. Er was een vriendin die zei “als de kaalheid van nature was betekende dit dat deze mannen goed in bed waren.” En zij kon het weten. Erg moe ging hij op weg naar zijn huis in Zoetermeer. Hij had last van de enorme tijdverschillen die hij in korte tijd had moeten overbruggen. Zeer vergenoegd voelde hij zich toen de vakantie was begonnen.
Al vijf jaar was hij niet weg geweest. In de volksmond werd hij een “stille” genoemd. En dat was ook de reden dat hij nog niet eerder op vakantie was geweest. Iedere keer kwam zijn commandant met een opdracht welke zo dringend was dat hij de afgesproken vakantie kon annuleren. En eigenlijk had hij daar geen zwaar wegende tegenwerpingen voor gehad. Deze keer had de commandant hoog en laag gesprongen om Rob thuis te houden. Nee Rob had deze keer een vakantie afgesproken ver weg van de bewoonde wereld in een heel klein plaatsje met de naam Rotorua dit ligt in New Zealand. Daar zou hij met een goede vriend drie weken de wildernis in duiken. Ook wel een “overleving” tocht genoemd.
Hij hoorde de commandant nog zeggen: “Rob, jongen het spijt me, maar je zal jouw vakantie op moeten schuiven. De opdracht is zo verschrikkelijk belangrijk dat ik deze absoluut aan niemand anders zal kunnen geven. Erger nog je krijgt het bevel deze opdracht uit te voeren.” Rob had normaal niet zoveel overredingskracht nodig gehad. Nu was het iets anders. Hij had zijn “poot” stijf gehouden. Hij wist dat de laatste jaren teveel van hem gevergd hadden. Teveel had hij meegemaakt om nog fris aan een nieuwe opdracht te kunnen beginnen. Rob was, hij wist het zelf, op gewoon helemaal op.
Nee makkelijk was het niet geweest. De commandant had gedreigd met zijn baan. Rob had gezegd: “Als jij dat nodig vindt na alles wat ik voor jouw heb gedaan, dan ga je je gang maar.” Daarna was hij op gestaan en de deur met een klap achter zich dicht gegooid. Nog lang hoorde hij de commandant brullen dat hij terug moest komen. Teveel respect voor de commandant weerhield hem om zijn middelvinger op te steken. Anders had hij het zeker gedaan. “Als ik echt zo belangrijk voor hem ben, zo vreselijk onmisbaar, ontslaat hij mij niet.” Dacht Rob bij zich zelf. Hij zou de commandant bij terug komst onder druk zetten of salaris verhoging of ik neem zelf ontslag.
Toen Rob in gedachte het gezicht van de commandant voor zich haalde wist hij precies hoe dat er opdat moment uit zou zien. Hij verheugde zich er nu al op. Nu vlak voor zijn huis staande moest hij weer denken aan het rode hoofd van zijn commandant. Morgen ben ik weer van de partij, en wee je gebeente welk tuig er mij voor de voeten komt. De koffers werden niet uit gepakt. Er zaten meer souvenirs in dan kleding. Op zijn tocht in de jungle waren er spannende momenten geweest. En daar waren enkele souvenirs voor mee terug genomen als herinnering hieraan. Na een uitgebreid bezoek aan de badkamer rolt hij zijn bed in. Hij had de stapel post, die in de gang had gelegen, mee naar bed genomen. Hij had gedacht dit lekker in zijn bed door te nemen. Inderdaad dat had hij gedacht. Als een blok beton viel hij in slaap. In zijn rechterhand een geopende brief welke na een paar seconden op de grond viel. De telefoon bleef maar rinkelen. Blijft net zolang door rinkelen tot de hoorn van de haak word genomen. En uit eindelijk neemt Rob de hoorn van de haak.
Voordat hij maar iets kan zeggen herkent hij de opgeblazen stem van zijn commandant. Geen vraag van hoe gaat het met je, of blij dat je weer in het land bent, enz. “Ogenblikkelijk naar kanaaldijk nummer 14, Rob, neem je pistool mee” Ja dit was de manier zoals hij met Rob omging. “Er woont een vrouw die heeft speciaal naar jouw gevraagd. Ze was totaal van streek haar broer is voor haar ogen vermoord door een vent met een bijl. En ze zei dat die vent nog in het huis was”. Op het moment dat Rob zijn mond wil open doen is de hoorn, aan de andere kant van de lijn, er op gegooid. Hij was snel, kon dit ook zijn, als het echt nodig was. Dit was volgens hem zulk een moment. Broek, shirt, schoenen. Waren aan en weg was hij. En zeker zijn pistool werd niet vergeten. Eigenlijk had hij in de auto, op weg naar de kanaaldijk, zitten piekeren. Nee niet wat er aan de hand zou zijn. Zoals zo vaak was het altijd anders dan dat hij zich had voor gesteld. Nee ergens in zijn hoofd rinkelde er een alarm belletje. Er was iets in het verleden met dit huisadres. Heel vaag en soms in flarden kwamen er fragmenten naar boven. De combinatie verliep nier erg vlot in zijn bovenkamer. Hoe kon het ook hij was niet terug van vakantie. Wel had hij het vermoeden gekregen dat er zo’n drie jaar geleden iets aan de hand was geweest wat in verbinding stond met kanaaldijk. Het was ook iets geweest met een Fam. en een bijl hij ziet in gedachte ook een dode ziet hij. Wat was het nu kanaalweg, kanaaldijk?
Op enige afstand van nummer 14 staan verschillende collega’s van hem. Zij bleven op goede afstand staan zodat de boel niet zou gaan escaleren. Maar niet zover dat ze niet op tijd zouden kunnen ingrijpen, mocht er iets gaan gebeuren. Rob zet zijn auto binnen honderd meter van het bewuste pand. Als hij naar het pand loopt doet hij dit heel omzichtig. Vanuit het pand zou je denken dat hij naar de buren ging. En als Rob dan bij nummer 16 voor de deur staat maakt hij een enorme zijwaartse sprong. Welk niet te zien zou zijn vanuit nummer 14. Rolt enkele keren om zijn lengte as hier door rolt hij keurig onder het raam door. Dit is zeker geen moment om aan je schone kleding te denken. Hij blijft daarna enige tijd op zijn knieën zitten. Hij had tijdens het zijwaarts springen zijn pistool te voorschijn gehaald. Hij hurkt nu en achterwaarts gaande komt hij met zijn rug tegen de gevel naast de voordeur. Neemt z’n pistool in zijn linkerhand, met zijn rechter gaat hij naar de deurknop. Hij draait deze naar beneden om te kijken of de deur op slot is. De deur geeft mee. Trekt snel zijn rechterarm terug. Geen reactie. Nogmaals drukt hij tegen de deur aan. Deze gaat nu in zijn geheel open. Weer wacht Rob enkele minuten ook nu geen enkele reactie. Dan gaat hij langzaam omhoog met zijn rug langs de muur seint met zijn handen, aan zijn collega’s, dat hij naar binnen gaat en dat ze hem moeten volgen na zo’n twintig minuten, tenzij er geschoten gaat worden, dan gelijk hulp.
Hij is niet van plan een makkelijk doelwit te worden en gaat daarom heel omzichtig te werk. Nu drukt hij de deur helemaal open hurkt weer en kijkt om de hoek de gang in. Niets is er te zien en dat komt niet alleen door het feit dat Rob z’n ogen nog aan het donker moeten wennen. Doodstil is het geen zuchtje geen kreun niets helemaal niets. Toch blijft hij op zijn hoeden. Zeer snel staat hij aan de binnen kant van de deur. En ook hier blijft hij zolang staan dat zijn ogen nu duidelijk dingen gaan onderscheiden. Bij elke stap die hij doet is hij zich ervan bewust dat letterlijk elke spier in zijn lichaam tot het uiterste is gespannen klaar om direct tot actie over te kunnen gaan. De woonkamer deur staat op een heel klein kiertje. Rob drukt nu tegen deze deur en voelt weerstand. Als een bliksem schicht duikt hij in elkaar met zijn pistool in de aanslag wijzend naar deze deur. Niets helemaal geen reactie. Hij haalt diep adem en gaat weer staan nogmaals drukt hij tegen de deur. Er ligt iets achter de deur. Het geeft niet mee Rob drukt harder. Nu komt er wat beweging. De zweet druppels vallen Rob nu van het hoofd.
Als de deur zover open is dat hij zijwaarts hier door kan stopt hij met het duwen. Glipt naar binnen laat zich op zijn buik vallen met zijn gezicht naar diezelfde deur. Hij beseft dat hij in de nattigheid ligt kijkt hierna en moet alle moeite doen om niet te gaan kotsen. Hij ligt in een plas bloed. Alles zit nu onder het bloed. Zijn handen druipen zelfs van dit bloed. En als hij langs zijn handen kijkt, kijkt hij recht in de wijd open staande ogen van een afgehakt vrouwenhoofd. Naast hem lag iets wat ooit een been moest zijn geweest. De romp, van de vrouw, lag tegen de achterkant van de deur. Daarom was deze dus zo moeilijk te openen geweest.
Zwaar gaat zijn borst kas op en neer. Op veel dingen kun je je in stellen maar op dit moment ging het echt niet. De zenuwen gieren hem nu ook door de keel. Hij laat zich zakken langs de muur even opnieuw adem halen en alles weer even tot rust te laten komen. Was de dader nog in het huis? Het was toch een vrouw die belde? Was hij te laat gekomen? Allemaal vraag tekens die door zijn brein stormde. Rob besloot om zijn collega’s te roepen hij kon het nu niet meer in zijn eentje klaren. Voorzichtig staat hij op de vloer is uiterst glibberig. Het vele bloed was nog zo vers dat deze nog niet aan het stollen was gegaan. Als in een bliksemflits ziet hij een bijl aan komen. Hij probeert door weg te duiken deze te ontwijken. Te laat heeft hij gereageerd voelt de bijl door zijn buik heen gaan. Eigenlijk deed het niet eens zoveel pijn. Als hij dan op de grond valt en naar zijn buik kijkt ziet hij de kapotte darmen naast zijn buik op de grond vallen. Hij kijkt verschrikt omhoog weer komt de bijl naar hem toe. Instinct matig steekt hij zijn rechterarm omhoog gelijkertijd wilde hij de trekker van het pistool over halen. Om zo zijn leven nog wat te kunnen rekken. Het spookt vreselijk door zijn hoofd.
Doordat hij zijn arm omhoog stak, en door de verwondingen te langzaam was, door kliefde de bijl zijn arm. Rob ziet dan zijn eigen arm op de grond liggen en bewegen. Hij ziet dat zijn eigen hand, waar hij nu geen controle meer over heeft, het pistool zo stevig vasthoudt, dat de vingers wit worden. Of kwam dat doordat het bloed uit de afgehakte arm spoot? Weer kijkt hij naar de schaduw aan de andere kant van de bijl. Hij kan echt niets zien. Waar blijven zijn collega’s nu? Maar het vermoeden is juist dit moest diegene zijn die hij zo’n jaar of vier geleden had laten opsluiten. Dit alles gaat als een bliksem flits door het hoofd. Weer ziet hij de bijl op zich afkomen. Reageren kan hij niet meer wel wil hij weg duiken. Te laat. Hij voelt hoe de bijl zijn schedel doorklieft en hoe het licht uitgaat.
Tring, tring, tring, hoe lang de telefoon rinkelde wist Rob niet. Hij vliegt, drijfnat als dat hij is, overeind. Inderdaad badend in het zweet zijn hart slag is abnormaal hoog. Pakt de telefoon op en hoort: “Goedemorgen, Rob, wij zijn blij dat je weer in het land aanwezig bent en we heten je van harte welkom op het bureau.” De stem van zijn commandant klonk bijna te vriendelijk om waar te zijn.
“Rob als je zo naar het bureau komt, wil je dan even langs de kanaaldijk nummer 14 gaan daar schijnt iets aan de hand te zijn”. |
||