|
“Koffie”
De wekker loopt, met veel kabaal, af. Onder het dikke dekbed vandaan komt een mannenhand. De hand maakt een aantal op en neer gaande bewegingen in de hoop iets te raken niet zomaar iets maar deze wekker. Nog eenmaal gaat de hand op en neer en dit maal met succes. Het kabaal stopt abrupt. Verder is er geen beweging waar te nemen. “Je moet opstaan” mompelt zijn vrouw “anders kom je te laat op je werk” Dan komt zijn hoofd te voorschijn zijn haar staat alle kanten op alsof hij een ruige nacht heeft gehad. Het tegendeel is echter waar. Hij ligt toch zo vreselijk lekker. Zijn baas doet het maar en keer zonder hem. Toch zie je een been te voorschijn komen en al snel gevolgd door een tweede. Als hij op de rand van het bed zit gaapt hij, onbehoorlijk lekker, rekt en strekt zich.
Hé hé er komt nu meer beweging uit het lijf. Als hij even later onder de douch staat voelt hij zich weer terug keren in het land der levenden. Ondertussen staat in de keuken de koffie te pruttelen. Het was zijn vaste gewoonte om in de avond de koffie al zo klaar neer te zetten dat hij in de ochtend, met het door de keuken gaan naar de douche, alleen maar op het knopje hoefde te drukken. Als hij dan klaar was met het wassen kon hij de koffie inschenken. De woonboot schommelde zachtjes heen en weer. Op deze prachtige woonboot leefde zij nu zo’n vier jaar. Zij konden het nog wel tientallen jaren volhouden. Nog nooit hadden zij last gehad van overmatige schommelingen. Op het wandmeubel stond een metalen vaas met daar in enkele kogels uit een oude kogellager. Als deze gingen rammelen was het zaak het een en ander te gaan vast zetten in de boot. Eigenlijk hadden ze de vaas al vergeten.
Deze lichte schommelingen voelen ze allang niet meer. Zelf dachten ze dat zij door de lichte schommelingen beter in slaap vielen. De geur van pas gezette koffie vult de woonboot. In de slaapkamer komt beweging. Ook zij word wakker van deze heerlijke prikkelende geur. Snel gooit zij het dekbed van zich af en schiet in een kamerjas. Als er iets is wat Cor goed beheerst is het wel koffie zetten. Het was niet gewoon koffie zetten, water in de machine schepje koffie en klaar. Nee het was een wetenschap, een kunst tot in de perfectie, en hij beheerste dit.
O ja zij had vaak geprobeerd dit te beheersen. Als hij thuis kwam van zijn werk had zij hem wel eens wilde verrassen door de koffie klaar te zetten. Ja hij dronk het maar zijn gezicht zij nu niet bepaald dat hij het lekker vond. Hij zei dan je moet er een schepje liefde bij gooien dan smaakt de slechtste koffie nog lekker. Samen naast elkaar hetzelfde merk koffie dezelfde koffie schep dezelfde koffie kan. En nog smaakte het van hem beter. Dan stond zij zich op het hoofd te krabben en zei dan “Hoe is dit in hemelsnaam mogelijk?”
Cor hield dan wijselijk zijn mond dicht. Ze zag dan de schavuiten oogjes van hem “Cor wat heb je er in gedaan, je moet iets gedaan hebben”. Al gooide ze er een emmer liefde in het lukte niet. Ze had het maar op gegeven zo’n koffie leut was ze nu ook weer niet. Zij kan koken als geen ander. Het was dus de geur van verse koffie die haar uit bed kreeg. De reclame van “alleen voor beschuit kom ik mijn bed uit” klopte in haar geval niet. Als Cor de keuken weer inkomt staat zijn mok gevuld en al op hem te wachten met daarnaast enkele broodjes belegd met zijn lekkernij oude kaas, maar dan ook echte oude kaas. “Goedenmorgen lieverd” “Je bent er toch niet uit gekomen alleen voor de koffie”? vraagt Cor. Ze kijkt hem aan en ziet dan gelijk dat er weer zo’n eigenaardige glinstering in zijn ogen aanwezig is. “Grapje” zegt hij “Dankjewel voor die heerlijk bereide botterhammen” Ze hebben nog even zitten keuvelen. Zij gaat weer naar bed en Cor ruimt de tafel even af. Hij zet de lege kopjes en de twee boterham bordjes in de gootsteen.
Met het naar buiten kijken, dit kon omdat er boven het aanrecht een groot raam was gemaakt door hem, ziet hij dat er een visser in een bootje aan de overkant heeft aangelegen. Zachtjes draait hij het raam open en zegt: “Goedenmorgen, al een beetje succes? Als antwoord hoort hij: “Bedankt, ook goedemorgen, twee brasems”. Ze steken daarna even de duimen naar elkaar toe waarmee Cor hem succes wenste. Ook hij mocht hier graag zijn hengel in het water gooien.
Zijn vrouw is hoorbaar ze snurkt zachtjes. Zij heeft dus weer het plekje gevonden. Hij kijkt even om de hoek van de kamer. Laat een zucht ontsnappen, “O” wat had hij graag weer even bij haar gelegen. De rest zou vanzelf volgen. Op de snelweg is het ondanks dit vroege tijdstip van 6 uur behoorlijk druk richting de stad. “Wat doen al die mensen zo vroeg op straat, hebben zij geen lekker bedje dat er zo heerlijk uitnodigend bij kon leggen als zijn bed?
Lang kan hij hier niet aan denken. De kap van het toetsenbord eraf halend dwaalt hij in gedachte weer naar de woonboot. En dan wel in het bijzonder de slaapkamer. Duidelijk ziet hij dat het vrouwtje naar zijn plekje is gerold. Dit is iets wat zij te pas en te onpas kan doen. “Jouw plekje is veel lekkerder” zegt ze dan. “Weetje wat”, zij hij wel eens “ik draai het matras wel om zodat je elke keer op de goede kant kunt gaan slapen” “Cor je begrijpt er helemaal niets van, ook al draai je het matras om toch zal ik weer op jouw helft gaan liggen zodra je uit bed stapt” Ze legde vooral veel nadruk op het woord jouw helft. Hij schut kort met zijn hoofd de computer bracht hem weer terug naar de werkelijkheid. Met een brede glimlach, en een vreemde zucht gaat hij dan maar aan het werk en weldra is hij opgeslokt door dit zelfde werk. |
||