Het ritje

 

Zelfs mijn oogleden hebben moeite om dicht te blijven. Ik krijg de slaap niet  te pakken andersom ook niet. Toch zit ik haar met alle moeite achterna. Het is weer een van die zwoele nachten drukkend en warm. Het laken dat over mijn blote lichaam ligt is op het ene moment wel nodig om het even later weer van mij af te gooien. Buiten hoor ik de krekels hun lokroep over de straten en graslanden fluiten, of tjirpen. Maar dit getjilp kan ook zijn dat ze hiermee hun territorium bewaken.  Normaal hoor ik ze ook en val toch lekker in slaap.

 

Nu ben ik  te bewust  aan het luisteren. Gelukkig horen wij deze beestjes nog. Er zijn al meer dan genoeg diersoorten uit gestorven. Het is ook de klammigheid  die me wakker houd.

Mijn vrouw die naast mij ligt, welke alleen het bed maar hoef te zien, soms is het woord “bed” al genoeg om haar voor 80 procent aan het slapen te krijgen. Ook nu weer ze ging liggen en pats boem weldra hoor je en licht snurk.  Ongeacht het tijdstip, als ik haar hoor zeggen: “Ik ga even pitten” dan is ze ook binnen enkele seconden vertrokken. Voorzichtig draai ik het bed uit. Neem uit de kast enkele kleding stukken mee.  In de woonkamer kleed ik me dan verder aan.

 

Druk even op de afstand bediening wie weet is er nog wat te beleven op de tv.  Als ik langs de kanalen zap en op het totale beeld kom zie ik absoluut niets wat mijn aandacht vast zal kunnen houden. Laat staan dat ik daar dus enige belangstelling voor zou kunnen tonen. Ondertussen heb ik een fles wijn open gemaakt en schenk een glaasje vol, met dit heerlijke vocht. De cd speler aan gezet en bij zachte muziek een glaasje wijn moet het toch echt gaan lukken strek de benen op de bank wat kan mij nu nog gebeuren.  Voordat ik het in de gaten heb is het nu al 03:15 uur geworden. En nog geen enkel verschijnsel van slaperigheid.  Dan maar een tochtje gemaakt.

 

En weldra draai ik de luykendreef uit. Waar ik heen ga weet ik eigenlijk nog niet zo goed. Ik zie wel waar het schip strandt.  Eigenlijk geheel automatisch rij ik naar die plekjes waar ik herinneren aan heb over gehouden door eerdere bezoekjes.

Langzaam rijdend, waarom haasten, kom ik op een dijk met een smal wegdek hier en daar een verbreding zodat je elkaar kan passeren. Een van deze plekken is lang genoeg om twee a drie auto’s te parkeren. Dat doe ik dus nu en stap uit. Het is donker geen verlichting hier zou het ook erg uit den boze zijn geweest. 

 

Aan de overkant is een groot industrie terrein blakende in het licht. Vreemd op dit tijdstip het is geen bedrijf welke  op dit moment actief is. De verkeerslichten werkten ook volop voor wie eigenlijk? Er is verder niemand te zien hier. Nog wat verder dan het eigenlijk bedrijven complex ligt een Amerikaans bedrijf TEXAS INTRUMENTS bewaakte terreinen eromheen. Diverse camera´s draaien om hun as. Ik heb hier vroeger gewerkt op de afdeling rekenmachines.  Deze waren in die tijd redelijk te repareren. Toen de zakjapanners hun intrede maakte kon je al een calculator voor rond de vijf gulden kopen. Mede hierdoor werd het niet langer meer interessant om een calculator te repareren.  En werd dus mijn afdeling dicht gedaan.

Snel had ik ander werk, schrik niet, koppen pellen in een uitbeen fabriek. Maar goed genoeg zo.

Er lopen enkele bewakers over het terrein. Maar wat zou hier nu nog te stelen moeten zijn? En als het er al zou zijn. Een inbreker bedacht zich wel drie maal voordat hij aan deze klus zou gaan beginnen. Dit soort bedrijven moet eerder alert blijven op spionage van binnen uit.  Ook in mijn tijd waren ze hier veel strenger op.  Wij kregen zelfs doorzichtige broodtrommels van de baas zodat bij de afdelings uitgang gecontroleerd kon worden. 

 

Terwijl ik verder loop kom ik bij de kleine houten brug aan. Deze behoorde vroeger bij een zeer grote herenboerderij. De eigenaar had geen kinderen die de boerderij konden overnemen. Toen dus dit industrie terrein uit gebreid moest worden heeft hij een gigantisch hoge prijs gekregen en heeft zich zelf niet eenmaal bedacht. Het bod werd gedaan de dag daarop stond de verhuiswagen al voor de deur.

Bang als hij was dat ze op de prijs zouden terug komen. Hij heeft een huis gekocht in de Costa Bravo en renteniert nu met het vrouwtje.

Schuin achter mij liggen sportvelden en ook  op dit tijdstip branden er diversen felle lichten. Er is verder alle rust welke hoort bij dit tijdstip. En zeker in tegenstelling tot overdag.  Heel veel verder kan je zien dat daar een groot winkelcentrum moet zijn. Schreeuwende reclame niet het geluid maar de vele verlichte reclame borden.  Veel van dit licht weerkaatst op de laag hangende wolken.

 

Meer dan dit spookt door mijn hoofd als ook de vraag hoelang zou het duren voordat ook deze dwarswetering is in gesloten door winkels en of woonhuizen.

De dwarswetering nu nog een vrij liggend en uitstekend viswater zal straks een stadswatertje zijn.  Als ik weer iets verder loop kom ik buiten het bereik van de lichten. In de verte zie ik een vlammetje ontbranden en even later een gloeiend puntje van een sigaret of sigaar.  Ik besluit om erheen te gaan zal wel een visser zijn die denkt ‘s nachts grotere vissen te kunnen vangen. 

Als ik bijna op het bewuste punt ben aangekomen klinkt er een geluid dat me doet denken aan het leeg lopen van een band. Nee ik weet wel beter er staat iemand zijn blaas te legen. Uit fatsoen wacht ik even want ik denkt dat de aquateur niet weet dat er iemand aanwezig is.  Als ik hem nu op dit moment zou laten schrikken heeft hij voor zeker  een natte broek. Glimlachend besluit ik het toch maar niet te doen. Want het zou mij natuurlijk ook een blauw oog kunnen opleveren, toch?   Na even te wachten loop ik door misschien heeft de man zin in een gesprekje, je weet maar nooit. Het enigste wat ik nu hoor is een nijdig gesis.

Toch een lekke band?  Nee dit komt tussen de tanden vandaan. Mede als teken bedoelt dat ik stil moet zijn. Wie was hier nu eigenlijk stil, hij of ik?  Zo te merken heeft deze visser nog niet veel geluk gehad. Ik zou anders zijn slechte bui niet kunnen verklaren. Toch ga ik op mijn hurken naast hem zitten.

 

Nog steeds dacht ik een praatje te kunnen maken. Ik heb zelf ook redelijk verstand van het vangen van de natte jongens. Als we elkaar dan aankijken ontgaat mij echt de lust tot een conversatie. Als blikken konden doden dan was ik nu .......... inderdaad.  Op mijn vraag: “Gaat het een beetje?” Hoef ik dus nu niet verder op in te gaan de lezer gebruiken onderscheidings vermogen. “Willen ze nog bijten?” is de volgende vraag van mij.  Dan probeert de visser leuk te zijn door een citaat aan te halen. “Waarom denk je dan dat ik een meter uit de kant ben gaan zitten?”. 

Tegen zoveel logica ben ik op dit moment niet bestand en draai me om en ga zachtjes lopend weer in de richting van mijn kar. 

Want ook op mijn volgende vragen zou hij citaten aanhalen ik kon er ook een paar. Zoals als ze vragen “Zit je op de karper?”  Dan zou je kunnen antwoorden, terwijl je opstaat en naar je stoel kijkt, “nee op een “blokker” exemplaar”. 

 

En als het antwoord nog niet genoeg is om iemand af te blazen kan je ook nog zeggen  “Het leer is gemaakt van antilopen leer ook een reden dat ik zover uit de kant moest gaan zitten”.  “Meneer heeft u een nieuwe hengel doet deze ze het een beetje?”  Dan geef je als antwoord: “Ben je blind of zo, ik heb deze tak net uit het kreupelhout gesmokkeld”. Zo zijn er nog meer van dit soort flauwe citaten. 

Het gebeurt echter zelden dat een visser niet met ander vissers wil praten over de gezamenlijke hobby.  Pijnlijk foutje. Nogmaals, terwijl ik heel zacht wegsluip, weer dat akelige gesis. “Man val in het water” roep ik dan maar. 

Als ik zachtjes in bed kruip draait mijn vrouw zich even om. “Probeer nu even wat te slapen schat je hebt morgen een drukke dag” Fluistert ze  en weg is ze weer.

En niet veel later loop ik in mijn droom met een grote zaag naar een nog grotere boom en die zal en moet vannacht nog om gaan.