Denemarken

De namen zijn fictief 

Weken van tevoren voel je de spanningen in de maag.  Althans ik had daar last van.  Als er maar iemand in de buurt het woord ‘vis’ of ‘viswater’ uitsprak dook ik erop om te kunnen praten over het vissen in Denemarken. 

En toch blijft dit vreemd omdat Bert en ik al vaker naar Denemarken zijn geweest. Des temeer  ik er over nadenk hoe minder ik er iets van snap. Doet er ook niet toe.   Die innerlijke spanningen, en ik weet niet of Bert daar ook last van had, laten mij de merkwaardigste dromen beleven. En dat zeker nu de dag bijna voor de deur staat.

 

De hengels krijgen voor de zoveelste maal een inspectie beurt. Vooral de nieuwe voelt lekker aan. Mijn tas wordt ook weer nagekeken, ik mis toch iets, blijft het door mijn hoofd spoken.   Nieuwe lijnen op de molens. Vorige keer braken er nogal wat lijnen van ons beidden. Dat zal mij toch nu niet weer gebeuren.

Volgens Tamara heeft Bert ook de kriebels hij heeft zijn hengels al een tijd in de gang staan. Dan is het eindelijk zover de avond voor vertrek is aan gebroken.

 

Deze avond op zichzelf  is al erg druk. Maar dat heeft ook zijn voordelen. Onze aandacht gaat nu even naar iets uit wat zeer belangrijk in ons leven is. En daar moet nu alles even voor wijken.

Wij gaan toch redelijk op tijd naar bed. Moest ook wel heel vroeg zou immers de wekker aflopen.

En wie wil zich nu verslapen?    In mijn korte slaap droom ik dat er vissen over hekjes springen.   Kun je je dat voorstellen, op de staartpunten lopen en rennen, en daarbij nog een lach op de snuiten ook. Steeds grotere in plaats van steeds meer. Zelfs in mijn droom denk ‘ik hier klopt iets niet.’ Kon mijn vingers er niet achter krijgen.   Later in mijn droom: veel vissen steeds groter niet aan boord te krijgen keer op  keer lijnbreuk, dreggen welke recht waren gebogen etc, etc. en zo kan ik nog wel even door gaan.

 

Volgens Cornelia heb ik behoorlijk liggen draaien.  Ze heeft geluk gehad denk ik, want in mijn dromen was ik zo boos dat ik tegen de reling aan stond te schoppen, stel je voor dat Cornelia die reling was en ik stond te …………………….! 

Gelukkig de wekker loopt af, of had ik hem afgezet voordat hij afliep?

Ik weet het niet in ieder geval sta ik naast het bed. Snel naar beneden het knopje indrukken van de koffiezetter en dan even lekker douchen. Nogmaals loop ik de spullen langs, hen ik echt niets vergeten?  Het gaat het  door mijn hoofd dat Bert hier nu ook mee bezig zal zijn.

Onder tussen is Cornelia ook naar beneden gekomen. Ze schenkt de koffie in. Kort hierna belt Bert aan. En geoefend als wij zijn vindt alles een plekje in de auto van Bert.   De reis gaat nu beginnen en vol verwachting klopt ons hart, waar ken ik deze laatste worden van?  (doet er niet toe)

 

Zo vroeg in de ochtend is het heerlijk buiten. Veel rust om ons heen. En gelukkig zijn wij zo vroeg vertrokken want langzaam maar zeker word het steeds drukker op de wegen. Het is dan ook de eerste dag van de week. En veel vracht verkeer gaat nog steeds over de weg. 

Op een gegeven moment roept de natuur ons tot een halt. Onze blazen gaan langzaam maar zeker protesteren. Al snel heeft Bert een plek gevonden.   En “O” wat is dat lekker zeg je voelt je blaas leeg lopen. Dit behoort zeker tot een van de fijnere dingen in het leven. Beidde hebben we geluk dat het alleen onze blazen waren want de grote boodschap hadden wij hier zeker niet gedaan. De toiletten waren hier te smerig voor. En dat in tegen stelling met vorige keren. Dit hadden wij nog niet mee gemaakt. Normaal waren de toiletten in Duitsland schoon. Oké ik snap het, je kunt niet alles hebben.

 

Heel langzaam, maar wel heel mooi, zien wij in de verte het licht opkomen. Als maar lichter wordt het en daardoor zien wij mooie omgevingen. Nee wij zijn niet moe en zeker niet te moe om het moois, welke ons door de natuur wordt geboden, te missen.

Bert geeft zo nu en dan een seintje hij ziet hele mooie vogels. In Nederland zijn deze niet meer zovaak te zien.   Hij heeft dus niet alleen verstand van verzekeringen. Ik zelf zie wel verschil in sommige vogels maar vraag mij niet naar de naam. “Cor, kijk een raaf”, seint hij. En als ik kijk zie ik  een mooie zwarte vogel.

Weer even later zien wij het bord voorbij gaan waarop staat ‘KIEL’.

Nu de haven opzoeken. Het klinkt makkelijk is het echter niet.  Gelukkig zijn wij met zijn tweeën, want anders…….

 

Toch rijden wij enkele keren langs de haven. Het is erg slecht aangegeven waar wij moeten zijn. De laatste zin vind ik wel aardig klinken en laat hem daarom maar staan. De goede lezer heeft ook maar een half woord nodig denk ik dan maar. Twee Hollandse kerels weten toch wel de ingang te vinden?

Wij parkeren de auto  en gaan opzoek naar het kantoor van de rederij. Bert heeft de retourtjes al mee genomen uit Leiden vandaan. En bij  navraag blijkt waar wij ons op moeten stellen. En weldra hebben wij ons plekje gevonden. Nu wachten totdat wij de boot in kunnen rijden. Wat moet je nu zeggen een “schip” of een “boot”. Vijf verdiepingen heeft dit gevaarte. Er is van alles aan boord, restaurants, bars, winkels enz. en als we vergenoeg uit de kust zijn gaat de winkel, supermarkt, open. En daar kun je belasting vrij van alles kopen. Ook drank. Of is het niet nodig dat ik dit opschrijf? 

 

“Cor, kom eens kijken” roept Bert. Ja verrek zeg ze hebben hier pruimenlikeur. En niet zomaar pruimenlikeur nee de pruimenlikeur. Wij hadden dit al eens gedronken tijdens een diner bij de Japanner.    Even tussen haakjes Cornelia heeft een adresje waar wij nu ook deze pruimenlikeur kunnen bestellen. Dit is even “of the record”

 

Wij hebben even wat gewandeld aanboord daarna lekker gegeten in het restaurant. En ik wil niet teveel in de “ik” trant schrijven maar ik voelde mij aan boord behoorlijk misselijk. Wat geheel nieuw voor mij was. Of het weer hier alleen schuld aan was weet ik niet maar het stormde meer dan behoorlijk. Deze grote boot, schip, maakte zelfs klappen op het water. Er waren er aan boord die zich wel eens moesten vast houden we klapte dan over een hoge golf heen. Buiten op het dek werden we bijna weg geblazen. Alle mensen wat een wind stond er. Als we langs de boot keken moest je je adem inhouden anders was het geen doen.   Bert had helemaal geen last van het een of ander weeïge gevoel. Stiekem heb ik in zijn nek gekeken. Maar nee, hij droeg geen pleister.     Sorry Bert, ik moest het even doen.     De totale vaart duurde zo’n tweeen een half uur. Wij hebben toch genoten van deze tocht. Er was veel moois te zien, ja ook aan boord.   In de verte zien wij het eiland Langeland al liggen. En ik kan het niet helpen maar ik voelde mij als een jonge knaap die voor het eerst een zoen krijgt van een mooie meid. Echt ik had vlinders in mijn buik.  

Bert kan zeggen wat hij wil maar hij had er ook last van, hij glom aan alle kanten.  Hij had zelfs rode konen.

 

De auto starten en van het wagendek af rijden was voor ons een belevenis omdat het hiermee allemaal nog echter werd.  We rijden de haven uit en merken direct dat wij in een ander land zijn aangekomen. De huizen die hier staan vind je alleen maar in Denemarken.   Natuurlijk wisten wij dat we in een ander land waren maar door deze huizen word het allemaal nog duidelijker. Er straalt een bepaalde rust vanuit.

Als we er later over praten zijn wij het er over eens dat het hier altijd zondag ochtend moet zijn. Een enorme rust komt je te gemoed. Veel verschillende kleuren zijn aan de huizen gegeven. Enorme balken zijn er te zien aan de buitenkant van de huizen daar tussen dicht gestuukt met leem en of ander materiaal. Duits zou je zeggen maar dan toch anders.   De huizen die zijn gemetseld hebben drieklusoorverband en klusoorverband. Zelden zie ik halfsteens, kopverband of meervoudig beerverband laat staan wildverband. Ja sorry hoor Bert heeft verstand van vogels en verzekeringen en ik heb dat van metselverbanden.  Wat ik hier zeker niet heb aan getroffen was damesverband. (stom hé)

 

De hele verdere rit zijn we behoorlijk stil eigenlijk zijn wij aan het genieten van de serene rust die er heerst.   En van de vele mooie huizen. Prachtige kastelen zien wij.   Later komen wij terug voor foto’s. Vele kleine dorpjes passeren wij de naam kan ik niet uitspreken laat staan op papier zetten. Het is nog niet allemaal groen  in de natuur om ons heen. Het is eigenlijk nog te koud. Wij zien dikke pakken sneeuw in de schaduw langs de kant van de weg. Even verderop afgewisseld door een felle zon die alles heeft doen wegsmelten. De maand maart is nog heel koud en zeker hier in Denemarken.  Zullen ze het thuis geloven als we vertellen dat hier nog zoveel sneeuw te zien is?

 

En dan uiteindelijk het bord waarop staat “HOV”.  Bert zag het gelukkig, ik reed natuurlijk gewoon weer rechtdoor. Hier hebben wij ons huisje gehuurd. Nu nog vinden. De kaart die wij hebben mee gekregen van de “vluchtende visser” helpt ons goed op weg.    De borden met de plaatsnamen staan hier voorbij het kruispunt en laag op de grond. Oké het is een zwak excuus maar het is wel waar. Gelukkig is het hier allemaal erg klein en zonder maar rechts af links af te gaan rijden wij zonder meer het haventje binnen. Hier zal de boot gaan vertrekken die ons naar rijke visgronden zal gaan brengen.

We stappen uit en zien wel wat bootjes liggen. En letterlijk bootjes.  De grootste boot, schip, kan echt niet meer dan 10 a 11 personen gelijk aanboord hebben.  Ook hier heerst weer die serene rust. Je ruikt de verse zeelucht met wat vis aroma daardoor heen.   Beidden zijn wij opgelaten. Voelen ons de koning te rijk. Hier vandaan zal het gaan gebeuren. Wij zullen ze even een poepje laten ruiken morgen. Zowel figuurlijk als letterlijk.   Schuin achter ons steken de hengels uit de muur. De winkel is afgeladen met alles wat maar met vissen te maken heeft. Er steken meer hengels in de vlaggen beugels dan dat er hier met koninginnendag vlaggen in heel de stad te zien zijn.   Dit was goed te weten mocht er door de vele grote vissen die wij gaan vangen gebrek komen aan hengelsport artikelen konden wij deze hier weer aanvullen voor de volgende dag zodat wij weer volop aan de slag konden.

 

Nu het huisje nog  op speuren.

We volgende de verschillende kronkelpaden. Wegen kun je het niet noemen. En komen bij een camping terecht. We gaan op onderzoek. Als wij iemand aan spreken blijkt dat wij iets te ver zij gereden. Geen probleem. Even later staan wij bij het huisje.

Bert pakt de envelop waarin de sleutel van het huisje zit. Pakt de sleutel steekt deze in het sleutelgat, ja hadden wij gedacht. Nogmaals geprobeerd, en nogmaals. Aan de achterzijde geprobeerd met de nadruk geprobeerd. Het was de verkeerde sleutel.

De oelewappers hadden de verkeerde sleutel mee gestuurd. Daar stonden wij dan. Eerst geloof je het niet dan zoek je overal of er een sleutel verborgen is

 

Maar vruchteloos was het van af het begin al. Bert komt met een goed idee wij gaan terug naar die camping misschien weet hij raad. Een telefoon is namelijk nergens te vinden.  En het is hart verwarmend om te weten dat de mensen, althans deze man, je wil helpen. Hij heeft voor ons opgebeld naar diegene die je verantwoordelijk zou kunnen noemen. Gelukkig maar. Anders hadden wij geen andere keus gehad dan weer zo’n 70 km terug te rijden naar dit kantoor. Met de kans dat deze gesloten zou zijn.   Het is nu al 18.30. als dit niet zou zijn gelukt hadden wij toch wel heerlijk geslapen we wisten bij welk huisje deze sleutel wel behoorde. En neem maar van ons aan dat wij dat dan ook hadden gebruikt.

Het huisje was zelfs veel luxer dan ons huisje.  Maar goed zover kwam het allemaal niet. De juiste sleutel zou gebracht worden. Even wachten en ja hoor daar kwam de sleutel aan gereden op vierwielen.

 

De schoonmaakster kwam persoonlijk. Bert, en ik was het daar helemaal mee eens, gaf de oudere vrouw een fles wijn. Deze wist niet hoe ze het had. Zou deze fles, voor de nacht aan zou breken, nog leven? 

De spullen zijn snel in het huisje gebracht. Koud is het en het wordt nog kouder als wij ontdekken dat er geen brandhout voor de openhaard is. Snel de gevelkacheltjes aan gezet het helpt iets.  Wij kiezen  ieder voor zich een slaapkamer uit, dit heeft zo’n z’n reden het heeft iets met snurken te maken geloof ik. Ik weet alleen niet meer of Bert last van zijn eigen snurken had of dat van mij. (geintje)

De badkamer is een stuk beter en groter dan het huisje van vorig jaar. Daar stond je te douchen met één been in het toilet.

 

En weldra liggen onze spullen op de juiste plaats. Daarna hebben we heerlijk gegeten. Volgens mij zaten er veel vrouwelijke hormonen in het eten en drinken want op een gegeven moment gingen wij slap kletsen en auto rijden konden wij al helemaal niet meer.

De volgende dag hebben wij wat visplekken bekeken. Ook hebben wij nog iets aan branding vissen gedaan. Wel vis gevangen.  De eerste de beste dag dat wij met de boot wilden meegaan was afgesproken. De laatste dag was ook afgesproken. Wij wilde echter minimaal driemaal de zee op.  Wij hebben stad, nou ja stad, en land afgereden om die bewuste tussen dag ook een boot te vinden. En eerlijk is waar we hebben vreselijk veel boten gevonden en ook eigenaren cq reisbureaus en verhuur bedrijven, helaas waren alle boten vol zoniet dan werd er niet gevaren.

Wij zijn zelfs het eiland afgeweest en kwamen terecht op Funen. Daar wist Bert ook nog enkele adressen. Helaas met hetzelfde resultaat. Wel zijn wij weer even de stad in geweest er waren echt leuke dingen te zien. Authentieke winkels met nostalgie. Dit zie je alleen in Denemarken. We hebben een heerlijke wandeling gemaakt die dag. Wat we voor het eerst hebben gezien was een winkel welke geëmailleerde platen maakt.  Van huisnummer tot en met elke opdracht die op de ijzeren plaat maar te verzinnen zou zijn. De meest uiteen lopende vorm had hij in de etalage liggen. Prachtige kleuren combinaties.

 

Mochten wij volgend jaar hier weer in de buurt komen en genoeg geld bij ons hebben laten wij zeker hier iets maken.  En daardoor uniek te zijn in onze buurt. Wij spreken af dat we die tussen liggende dagen langs de kant gaan vissen. Ook dat zag er toch wel veel belovend uit. Dan eindelijk de dag breekt aan dat wij de boot op kunnen gaan.  Eenmaal op de boot merken wij dat wij niet de enigste Hollanders zijn. Er is nog een grote groep als ik het me goed herinner zo’n zes man.  Ze zijn van het een of andere verzekerings bureau. De naam is mij ontschoten. De motor pruttelde lekker geen vuiltje aan de lucht.  Wij waren ruim een uur van tevoren aan gekomen.

 

Zodat wij toch nog wel even de beste plekjes konden uit kiezen.

Ondertussen waren er nog enkele lieden bij gekomen. Wat ik leuk vond was dat er ook een jonge knaap aan boord was. Ik vond het  moedig want hij had geen vriend of familie lid bij hem.  En toch zo vol zijn van je hobby dat je helemaal alleen de zee op gaat.  De motor loopt de spullen krijgen hun vaste plek. Om de reling worden doeken en schuim plastic gebonden zodat de hengels niet al teveel kunnen beschadigen. De kapitein is echter in geen velden of wegen te ontdekken.

Achter af was dit geen goed teken. Want wat blijkt hij komt eraan gaat zijn cabine binnen zet de motor af roept tegen enkele personen op de boot dat we niet gaan varen. De boot is lek. Ja je leest het goed de boot is lek. Wij begrijpen dat als er maar iets teveel wind staat de boot zal vollopen omdat de pompen het dan niet meer aan kunnen. Eigenlijk zijn we daar behoorlijk stil van totdat wij te horen krijgen dat deze boot al meerdere dagen lek blijkt te zijn. Hadden ze dan geen andere boot kunnen regelen?  Waarom laat hij de motor dan al een uur van tevoren draaien?  De andere Hollanders vertelde ons dit. Nu kon iedereen de spullen weer gaan inpakken.

 

Dit is wat je noemt balen. Wij besluiten om dan maar weer branding te gaan vissen het was ons de eerste keer ook goed bevallen. Aan de andere Hollanders vertellen wij dit plekje en wensen elkaar goede dag verder.

Bert heeft vandaag geregeld dat er morgen en vrijdag een boot zal gaan varen. En daar hoorde hij ook dat als we nog wat tijd hadden gewacht wij wel hadden kunnen gaan vissen op zee want er was een andere boot geregeld, werd er verteld, maar jullie waren allemaal zo snel weg. Hoe bedoel je snel weg de boot was al meerdere dagen lek?   Hoelang hadden wij dan moeten wachten?

Wij hebben een heerlijke dag verder gehad we hebben aardig wat vis gevangen. Eigenlijk  was het best leuk hier aan de kust. Alleen wij waren hier niet voor gekomen. De andere groep vissers komen wat later hier langs de kust en ook zij vangen leuke vissen. Zelfs een zeeforel vergrijpt zich aan de haak. Wij hebben er niet op gerekend dat wij in het donker ook nog zouden staan te vissen dus wij moesten ons behelpen met een zaklantaarntje. Als het goed donker wordt gaan we naar huis.

 

Na het eten afwassen, ja echt we staan af te wassen. En ik durf dit zonder blozen op papier te zetten. In het geheel niet bang dat onze vrouwen dit zullen lezen.  Waarom denk je dat ze een tijd geleden een afwasmachine hebben gekregen? Juist ja, anders had ik het echt niet op geschreven.

De kaarten worden gepakt. We maken ook nog even een rit met de auto. En heel merkwaardig is het feit, dat als wij terug komen er plotseling veel hout in de achterbak ligt. Hoe zou dit toch gekomen zijn?

Even later knettert het van jewelste. De kamer wordt behaaglijk warm. De fles pruimenlikeur wordt geopend. Een halve fles verder zijn wij inderdaad slap aan het kletsen en auto rijden daar durven wij al helemaal niet meer aan te denken.

Het is al redelijk vroeg op de avond dat wij de lakens en bedden steeg in duiken. En in een mum van tijd dromen wij van …………………!

 

S’ Morgens keurig op tijd op gestaan eten inpakken koffie in de thermosfles en op weg naar de haven.  Het waait verschrikkelijk hard. Zelfs naast de auto staande moeten wij ons schrap zetten. De andere Hollandse groep komt er aan. Wij hebben al snel in de gaten dat er vandaag niet uit gevaren zal worden. Ik geloof dat de golven nu al over de dijk heen slaan.  En inderdaad als de kapitein er aan komt heeft hij geen goed nieuws voor ons. Wij gaan naar huis terug. Misschien gaan we weer langs de kant vissen. Gisteren hadden wij een leuke dag gehad. We hebben kennis gemaakt met een jonge Duitser. Ook deze was alleen gekomen en zelfs de reis in zijn eentje onder nomen.  Wij konden hem niet veel meer leren. Deze knaap was geroutineerd en wist een prima vis aan land te halen. Hij was zo aardig dat hij ook voor ons zeeaas was gaan halen.  Maar goed wij komen thuis en raken al snel aan de praat.  Hoezo kunnen alleen vrouwen uren achtereen kletsen?  Voor dat wij er zelf erg in hadden was het grootste deel van de dag voorbij.

Wij hebben s’ avonds nog heel wat kaarten om gedraaid. Ik heb deze dag als uiterst plezierig ervaren en dat terwijl wij op de boot hadden moeten staan. En dan wel met kromme hengels. Natuurlijk.

 

Als ik over mijzelf spreek voelde ik toch wel wat teleurstelling over mij heen komen. Als ik dan in mijn bed ontspannende oefeningen lig te doen, voorgeschreven door de arts, prent ik mij in, positief denken vooral positief denken en zo ben ik schijnbaar in slaap gevallen. 

Vrijdag ochtend vroeg. Hengels in de auto brood in gepakt koffie in de thermoskan en daar gaan wij.  De boot ligt er mooi bij het weer is rustiger dan de afgelopen dagen.  De zon wil nu al goed doorbreken. Op de boot staan al aardig wat personen. Ook op de voor ons normaal gesproken  goed plekken.  Welk boek hadden ze gelezen?  Schijnbaar hetzelfde boek welke wij zo vaak hadden gelezen. Aan boord gekomen blijken wij de enigste twee Hollanders te zijn. Het is “Duits” wat de klok slaat. Wij kiezen op de flanken een stek. Bakboord zijde blijkt, later, een goede keus te zijn geweest. We durven onze hengels niet gereed te maken. En zeker niet op te tuigen.  Eerst wachten totdat wij gaan varen en dan kan het altijd nog. En verrek we gaan, we gaan echt.  Bert kijkt mij aan en ik weet precies waaraan hij denkt. Vorig jaar moesten wij, om door de haven mond heen te komen, allemaal op het voordek klimmen en dan op het uiterste puntje. De boot had te veel diep gang. Duidelijk hoorden wij de boot over de bodem schuren. Het had toch wel iets gehad die keer.

 

Maar de reis verloopt voorspoedig. De kapitein praat meer met ons dan de Duitsers. Zo wie zo heeft dit met het feit te maken dat de Duitser in het algemeen niet erg geliefd zijn hier in Denemarken. Wat ook heeft geholpen was de halve liter fles gevuld met Jenever die hij had gekregen van de Hollanders. Helaas waren deze andere Hollanders er nu niet bij.

De plek waar wij veel vissen konden verwachten, boven mosselbanken, was niet te bevissen. Het was te hard gaan waaien. De kapitein besluit om een andere goede plek te gaan proberen. Als we daaraan komen is de zee inderdaad een stuk rustiger.  De hengels worden in gereedheid gebracht.

 

Sommige Duitsers wisten ons te vertellen dat wij de eerste en ook de grootste vis zouden binnen halen. En wie zijn wij om deze lieden teleur te stellen.  En ze hadden gelijk wij vangen de eerste vis, de meeste en ook de grootste beland in onze bak. Ach je kan het of je kan het niet

Volgens mij is het geluk en toeval welke deze keer onze kant op was gekomen. De dag op zich zelf kon al niet meer stuk. We hebben het heerlijk gehad. De kapitein liet keer op keer de boot driften over de plekjes waar hij op de visvinder vis had gezien.  Onze complimenten aan deze beste man.

Helaas is er een “tiet” van komen maar ook een “tiet” van gaan. De kapitein waarschuwt Bert dat het om het eiland heen behoorlijk hard spookt. We gingen weg met lichte wind nu stond er een wind kracht in de buurt van tien. Dit was nu al te merken de boot maakte klappen.  Je moet je voorstellen dat deze boot 8 a 9 m lang is zo’n 4 meter breed een kleine cabine heeft. Er kunnen misschien vijf personen in staan.

 

Er schiet mij opeens in het hoofd dat ik het antwoord heb gevonden op de slechte vangsten van die Duitsers ze hadden een vrouw mee aan boord genomen. Ja, dit is het antwoord kan niet anders.  Nee onze vrouwen hoefden niet jaloers te worden. Smaken verschillen maar hier viel niet over te twisten. Laten we het zo zeggen: “wij konden haar smaak wel begrijpen, zijn smaak konden wij niet begrijpen.”  Nou Bert ik hou het nu toch echt netjes hé.

De boot gaat enkele meters omhoog valt diezelfde aantal meters naar beneden. De wind slaat het water over stuurboord heen. Sommige spullen schuiven al merkwaardig heen en weer. Wij besluiten de vis te gaan schoonmaken. Oké we moeten ons goed vast houden. Ook de vis moeten wij goed vasthouden. Nee leven doen ze niet meer maar de boot maakt nu al zulke klappen dat de vis er wel weer levend van zou moeten worden. Ik vind dit echter nog steeds geen reden om naar je voorhoofd te wijzen. Want dat is het wat de Duitsers deden. Ze verklaarde ons echt voor gek.  Wij hadden lol voor tien want wij wisten wat er zou komen. En dan konden ze niet meer naar hun voorhoofd wijzen. Dan zouden ze beidde handen nodig hebben om zich vast te houden.

 

De vis is schoon keurig door Bert van hun vel ontdaan. In de bak en klaar zijn wij. Laten de storm nu maar komen.  Wij varen om het eiland heen over stuurboord zijde. De kapitein had  echt geen woord teveel  gezegd. Mensen lief wat een golven sommige golven waren in de zeven a acht meter hoog zoniet nog hoger. Hoger dan onze boot lang was. Wij werden opgetild vielen naar beneden doken met boot en al zo weer de volgende golf in. Wij vielen zover naar beneden, maar vooral snel, dat als je je niet vast hield je los kwam van de boot en je viel de boot achterna.

Echt ik heb sommige stukken op de knieën overbrugd.  De spullen die in de punt lagen kwamen ons voorbij en wij stonden behoorlijk ver achter in de boot. Alweer zo’n enorme klap zorgde ervoor dat er een  kabel katrol, welke toch echt vast had gezeten met acht grote bouten, los sloeg en over het dek begon te glijden.

De losse spullen werden naar achter gespoeld. Het maakte niet uit groot of klein het kwam in beweging.  De golven sloegen met enorme kracht over de boot. Zoiets zie je normaal alleen in  films gebeuren. Dit was geen film. Wel was het om te filmen.

 

Op een gegeven moment moesten wij ons met beidde armen vast houden. Ik ben op de grond gaan zitten met beidde armen om de reling heen. Echt er was geen houden aan. De bak met visfile was zo vol water geraakt dat de files er uit zwommen.  Bert en ik hadden een waterdicht vispak aan althans tot op dit moment hadden wij hierin geloof gesteld. Maar als je het ijs en ijskoude zeewater je onderbroek voelt inlopen ga je toch echt twijfelen aan de verkoop praatjes die er toe hadden geleid dat dit pak werd aangeschaft.

Weer voel je een straal ijs en ijskoud zeewater je onderbroek in lopen. Brrrrrr, brrrrr. Hoezo koud zeewater. Dit moet niet te lang gaan duren anders hebben wij straks een pincet nodig als wij onze blaas willen legen. Een goede lezer heeft genoeg aan een halve zin, toch?

Bert heeft zonder meer gelijk als hij zegt: “Hier kan geen enkele kermis attractie tegen op dit maak je maar eens in je leven mee”. En gelijk heeft hij.  Het enigste wat wij later tegen elkaar zeiden was dat het te lang duurde deze attractie. Tweeëneenhalf uur is toch echt wel aan de lange kant. Het is ook heel vreemd dat wij geen angst hebben gehad.  In het totaal niet. Er was toch alle reden toe geen zwemvesten aan boord een boot die regelmatig meer onder water was dan erboven, schuine klappen maakte die de boot deed schudden in al zijn voegen.

 

Zo schuin ging dat als je langs de reling zat, je toch met je hoofd onder water terechtkwam. Gek eigenlijk wij hadden wel tegen elkaar gezegd  “als je nu overboord valt is het echt gebeurd met je”. Maar de angst om overboord te gaan was er niet. Er was totaal geen angst bij ons beidden. Op een gegeven moment kwam weer dat vervelende weeïge gevoel in mijn maag. Ziek worden had ik geen zin in. Alsof je het kan tegen houden. Maar goed ik ga in het midden van de boot zitten op een grote kist deze zat nog wel goed vast. Hier heb ik minder last van de klappen die de boot maakt. Zonder te moeten overgeven ben ik aan de wal gekomen.

Eenmaal aan de wal vertelt Bert mij dat er een Duitser was die vreselijk aan het spugen was. Hij zei dat deze brave borst over de lage reling ging hangen om zijn maag inhoud in zee te storten. De zee was hier echter niet van gediend en spoelde met een grote golf al het kots over de brave man heen.  Zodat de eten´s resten nu ook in zijn haar zaten. En hij een grote slok zeewater naar binnen kreeg. Ja moet je maar niet spugen tegen het water in. Bert had het bewust niets tegen mij gezegd. This toch zo’n lieve jongen ook. 

 

De Duitser heeft de reis op handen en knieën al kotsend afgemaakt.

Eindelijk zagen we de haven nou ja haventje dan. Het water sloeg ook hier over de dijken. Veel volk was er op de been. Zij wilden wel eens zien wie die gekken waren om met zulk een weer de zee op te gaan.  Ver weg van de dijken die normaal toch wel een of twee vissers op zich hadden staan.

Zelfs toen wij de boot verlieten spoelde het zeewater nog over ons heen. Kon ons nu niets meer schelen we waren drijfnat van buiten en van binnen. Mijn foto toestel, welke in mijn viskoffer had gelegen, liep leeg toen ik hem open deed. Ik haalde het rolletje eruit en ook uit dit rolletje kwam zeewater te voorschijn. Van het hele rolletje zijn er uit eindelijk maar drie foto’s gelukt.  Drijfnat als dat we waren stapte we in de auto. Wij hoefden niets meer aan de vis te doen. Thuis aangekomen de natte kleding uit, het meeste trokken wij voor de deur al uit. Mijn laarzen waren gevuld met het zeewater. Want wat bleek er zat een scheurtje in, precies op de hiel.

Wat is het toch heerlijk als je dan een warme douche kan nemen. Helaas was de inhoud van de boiler net genoeg om je in te zepen. Je moest dan weer even wachten om je af te kunnen spoelen. Maar “what the hek”

Wij hadden een avontuur beleefd. En dat op onze leeftijd zeg. Wij hoeven elkaar hier niet over aan te spreken, als ze ons zouden vragen dit nogmaals over te doen, ik weet wat ons antwoord zal zijn!

Vroeg naar bed. Maar eerst even  lekker eten we hadden genoeg mee genomen. Een lekker glaasje (nou ja glaasje) pruimenlikeur het zou toch zonde zijn om deze fles, niet leeg, te moeten laten staan, ja toch?

 

Wij hebben het huisje een laatste opknap beurt geven als waren wij twee professionele interieurverzorgers.

Voordat er verkeerd wordt gedacht en of verkeerde conclusies worden getrokken, wij kunnen dit helaas alleen op vakantie en dan nog, alleen als wij samen zijn. Echt met niemand anders zou dit enige kans van slagen hebben. Alleen kunnen wij dit zeker niet.

Bert, jongen, ik moet dit even zo schrijven anders worden wij thuis ook aan het werk gezet. Maar daar zal je zeker alle begrip voor kunnen opbrengen,  toch?

De wekker loopt weer af we moeten op weg er is maar één tijdstip dat wij aan boord mogen van de boot die ons terug zal brengen naar ‘Kiel”.

Nu gaat het allemaal iets makkelijker voordat we het eigenlijk goed beseffen staan wij weer op het dek van deze enorme schuit.  En nog wat later zitten wij aan het onbijt.

De reis verloopt nu voorspoedig. Het is ook een stuk drukker aan boord. Ook nu weer valt er veel moois te zien, ja ook aan boord.

Wij zijn blij als we weer vaste grond onderons hebben. En snel zijn wij uit Kiel vertrokken.

De reis terug is zonder noemmens waardigheden verlopen. Als wij thuis zijn aangekomen wordt als eerste de laatste boottocht in geuren en kleuren verteld. Daarna gaan we ………………………….!