|
“DE LERAAR”
Op een van mijn verkenningstochten langs een watertje die een goede naam had bij sommige vissers. Ben speciaal vroeg weggegaan om nog het krieken van de dag mee te maken. Toen ik daar aankwam bleek dat er al iemand druk bezig was om zijn spullen in orde te maken. Ik besloot om op een afstandje deze persoon eens gade te slaan. Achteraf zou ik daar helemaal geen spijt van hebben.
De man in kwestie had zijn hengel uit zijn foedraal gehaald en ging deze op tuigen, waarbij hij iets heel komisch deed, hij pakte uit zijn kist een boekje en sloeg een bladzijde open en ging duidelijk zichtbaar volgens de richtlijnen uit dat boekje aan het werk. Ik zorgde ervoor dat hij mij niet zou ontdekken. Ten eerste wilde ik die man niet in verlegenheid brengen en ten tweede voelde ik me een soort gluurder. Ik besloot om mezelf na enige tijd te laten zien. Daar had ik op dit moment vrede mee. Hoe u lezer daar over denkt weet ik niet maar voor dat jullie oordelen moeten jullie jezelf eens in deze situatie voorstellen.
De man had zijn tuigje op de hengel gebonden en was precies volgens de regels aan het werk gegaan en had zelfs niet vergeten om, voordat je je rubbertje op je top end zet, de hengel enige slagen te draaien zodat de draad er omheen gewikkeld zit. In zijn kannus was hij op zoek naar een peil loodje bleek later. Van dit moment deed hij iets komisch, nam in zijn ene hand het boekje en in zijn andere zijn hengel. Begon geheel volgens de plaatjes aan het werk waarbij hij niets vergat. Daarna gingen zin balletjes voet te water en met een grootte tevreden glimlach op zijn gezicht ging hij zitten op wat een strandstoeltje bleek te zijn. Ik kon horen wat hij dacht: “Zo nu heb ik het gedaan volgens het boekje en nu met de vis het ook doen volgens het boekje “
Als jullie dit zagen zouden jullie ook tot die conclusie komen. Na enige tijd gewacht te hebben zag je het gezicht van de man een beetje betrekken en werd er weer naar het boekje gegrepen en aandachtig doorgelezen. Schijnbaar toch bang dat hij wat had overgeslagen ging hij datgene wat hij had gedaan controleren. Ik moet hem zeker meegeven dat hij alle rust in ere hield en dat heb ik van geoefende sportvissers wel een anders mee gemaakt. Ik heb ze zelfs al met de radio gezien en gehoord. Of van die vissers die elkaar van alles aan het toe roepen zijn en je op een kilometer mee kan luisteren. Als ik bij zulke mensen in de buurt zit, ben ik binnen 5 minuten vertrokken, de vissen ook.
De man in kwestie ging weer, na zijn inspectie, vol goede moed zitten. Op dit moment besloot ik dat ik maar naar hem toe zou gaan en zeker niet om de wijsneus uit te hangen, in tegendeel.
“Moge” groette ik. “Moge” was het
antwoord. En voordat hij zou vragen “staat u hier allang” zei ik: “ik
zag je aan de gang met een boek in je handen en was erg nieuwsgierig wat
je aan het doen was”. En als excuus zei ik: “Ik hoop dat je me niet te
brutaal vindt?” “Nee hoor helemaal niet, bent u misschien zelf ook
visser?” vroeg hij. Hij ging verder met: “Tja, moet je eens luisteren ik ben deze week voor het eerst vissen op aanraden van de dokter en heb daarom enkele boekjes gekocht.
Er werd mij verteld dat als je het zou doen volgens de boeken je zeer snel een goede visser zijn. Maar na een week proberen is de moed me een beetje in de schoenen gezakt.” “Dat kan ik me voorstellen”, antwoordde ik, “door de vele boeken die er zijn kan je zeer gemakkelijk in de war worden gebracht door de vele bomen zie je het bos niet meer. “ En moest innerlijk lachen dat dit zo plotseling in me opkwam. “Ja ja,” zei hij, “je hebt inderdaad gelijk. Ik doe het tot op de regel met dit boek.” En hij liet me het boekje zien met de titel: 200 brasem tips. Dit boekje had ik zelf ook. Hij ging verder: “Ik heb alle uitgaven gekocht uit deze serie. Dit water werd mij aangewezen als brasemwater.” Eerlijkheidshalve moest ik hem meedelen dat ik hier was om daar achter te komen. “Ja, nu zie ik het, je hebt helemaal geen hengel bij je.” “Nee,” zei ik, “meestal ga ik eerst een watertje een beetje verkennen om als ik ga vissen toch wel een beetje zekerheid heb dat er vis in zit. Ik ga zeker niet zomaar in het wilde weg m’n hengel uitgooien.” Ik keek hem aan of hij dat laatste misschien als een belediging zou opvatten, maar besloot een sportieve vent te wezen en ik besloot om nog wat bij hem te blijven.
Dat even werd de hele dag waarop ik me voelde als een leraar. Want bijna mijn hele arsenaal van vis technieken heb ik met hem doorgenomen. En samen met hem toch nog een behoorlijk portie vis gevangen. Toen ik ‘s avonds bij hem vandaan ging, wist ik dat deze man voor de rest van zijn leven niet meer de hengel in de steek zou laten. En dit gaf mij een heerlijk gevoel, een gevoel dat ik niet op papier kan zetten. Op weg naar huis bedacht ik dat ik thuis alle zeilen bij zou moeten zetten, want ik had gezegd: “ Uurtje of twee, dan ben ik er weer.” Maar lezers, misschien hebben jullie hetzelfde gevoel, als ik eenmaal langs die waterkant zit te vissen, of erover zit te praten, kom ik altijd tijd te kort. Ik denk wel eens als ik een uurtje of acht, wat meestal met het vissen zeker het geval is, op een stoel zou moeten zitten ik ‘s avonds doorgedraaid zou zijn, maar met vissen, hoelang ook, heb ik dit gevoel zeker niet.
En eenmaal in de buurt van m’n huis aangekomen had ik dan ook een prachtig verhaal. Welk verhaal, vragen jullie? Denk dan maar eens aan jezelf als je uren later thuis komt wat je je vrouw dan te vertellen hebt. Volgende week ga ik weer heerlijk vissen. Tot ziens.
|
||