Soms weet ik

soms weet ik het allemaal niet meer,
als het allemaal niet goed gaat,
net zo als op dit moment
en ik het leven liever verlaat.

Waarom ben ik nou zoals is ben?
Waarom ben ik zo vreselijk bang?
Ik moet wachten op het geluk
maar dat duurd me veel te lang.

Maar toen ik voor de trein wou springen
heb ik me veel te lang verslapen,
maar misschien is het niet de goede manier
want dan moeten ze me oprapen.

Elke keer moet ik denken
aan hoe ik hier het beste weg kan gaan,
wat de minst pijnlijke manier is
want pijn kan ik niet meer aan.

En als ik door de stad heen fiets
en er stopt een auto voor mij,
denk ik, was hij maar door gereden
dan was het nu allemaal voorbij.

Maar nee, ik ben te bang,
het schiet niet op, het gebeurt niet.
Maar ondertussen moet ik steeds denken
en zorgen dat niemand mijn polsen ziet.