Grote tuin ergens
Ergens
is een grote tuin, met alle planten van de wereld,
van
allerlei soorten en in allerlei kleuren.
Er
staan vele, vele bloemen: de prachtige roos en de anjer,
Maar
ook de gewone paardebloem, mooi in het geel.
Het
vergeet-mij-nietje in het blauw en de stekelige
distel
in het paars.
Ze
bloeien in het open veld of aan de rand, of beschut,
half
onder een struik of boom.
Of
helemaal alleen.
En
elke bloem bloeit op zijn eigen wijze en elke bloem
wordt
geplukt of dient op een of andere manier ter
vervolmaking
van zijn omgeving.
Wij,
als mensen, staan net als bloemen op zo’n veld.
Sommige
in het open veld en anderen beschut.
Soms
staan ze bij elkaar, soms helemaal alleen.
We
maken elkaar blij met onze kleuren, maar steken
elkaar
ook met onze doornen.
De
een laat snel het hoofd hangen, de ander is sterk
en
fier, weer een ander is lief en teer.
En
net als elke bloem bloeit ook elk mens op zijn
persoonlijke
wijze. Zo zal ieder mens geplukt worden
of
op een andere manier ter vervolmaking van zijn
omgeving
dienen.
Ieder
mens op zijn eigen persoonlijke manier.