Zelfkennis

Omdat we niet meer weten wie we zijn, dwingen wij eenieder precies te zijn zoals wij, in de angst dat we anders onszelf niet meer zijn.

Wie bedenkt hoe weinig hij op anderen let, zal inzien hoe weinig hij zelf de aandacht van anderen trekt.

Wie zonder zonde is werpe de eerste steen.

Diep in mezelf ben ik erg oppervlakkig.

Niemand weet hoe zwaar hij weegt.

Wij zijn padvinders op zoek naar ons diepste wezen. Nu en dan pauzeren we om ons even op te warmen aan de gezellige vuurtjes van zelfbedrog.

Wat wij van anderen vrezen, toont ons dikwijls waar wij onszelf toe in staat achten.

Indien een kameel zijn eigen bulten zou zien, zou hij omvallen van schrik en zich de nek breken.

De sleutel tot kennis van God is zelfkennis.

Zelfkennis is als een ziekenhuisbed: proper maar pijnlijk.

Geluk ervaren, is jezelf leren kennen.

Pas als je naar de overkant van de zee roeit, zal je ondervinden wie je werkelijk bent.

Zelfkennis is voor de ziel wat een koud bad is voor het lichaam. Bij beide is de eerste gewaarwording vaak schrik, terwijl de tweede van opfrissende en krachtgevende aard is.

Om een evenwichtige kijk te hebben op de dingen moet degene die een hond heeft om hem te aanbidden ook een kat hebben om hem te negeren.

De krab verwijt haar kinderen dat zij niet recht gaan.

Wie zichzelf kent, kent iedereen.

Ken uzelf ...en zwijg erover.

Ken uzelf, dan vergist ge u ook eens.

Hoe zwakker de mens, hoe slechter zijn zelfkennis.

Hij kende zichzelf. Maar alleen maar van horen zeggen.

Wie over de gebreken van anderen zwijgt, kent zichzelve.

Niemand weet zoveel slecht van ons als wijzelf; en toch heeft niemand zo'n goed idee van ons als wijzelf.

Als je jong bent, krijg je nauwelijks de kans om aan de weet te komen wie je bent, omdat anderen je dat voortdurend meedelen.

Alleen wie zichzelf niet kent, vindt de ander raadselachtig.

Terug naar homepage